Lopende studie -
Het Belgische systeem van verplichte ziekteverzekering wordt gekenmerkt door een combinatie van relatief hoge persoonlijke aandelen van patiënten met beschermingsmaatregelen om de financiële toegankelijkheid te vrijwaren. Er is echter een grote verscheidenheid in de soorten persoonlijke aandelen én beschermingsmaatregelen waardoor de situatie enigszins gecompliceerd is geworden zowel voor het RIZIV, de ziekenfondsen, de zorgverstrekkers als voor de patiënten. Voorgeschreven geneesmiddelen bijvoorbeeld worden toegewezen aan één van de 6 vergoedingscategorieën, gaande van 100% tot 0%. De mate waarin de huidige criteria die gehanteerd worden bij het bepalen van de vergoedingscategorie nog consistent zijn met de doelstelling van kostendeling voor geneesmiddelen wordt meer en meer in vraag gesteld in België. Bovendien betalen patiënten in het algemeen een verschillend bedrag voor identieke prestaties en is er momenteel nauwelijks zicht op de coherentie tussen beschermingssystemen zoals de verhoogde tegemoetkoming en Omnio, de diverse zorgforfaits voor chronisch zieken en de maximumfactuur.
De studie heeft tot doel de verschillende persoonlijke aandelen en beschermingsmaatregelen binnen het Belgische systeem van ziekteverzekering in kaart te brengen. De studie moet leiden tot aanbevelingen om de huidige structuur van persoonlijke aandelen te vereenvoudigen en de coherentie met en tussen de beschermingsmaatregelen te verhogen. Deze aanbevelingen zullen gebaseerd zijn op een gedetailleerde analyse van het wetgevend kader in België, een evaluatie van de effecten van eigen betalingen op uitkomstmaten zoals financiële toegankelijkheid, een literatuuroverzicht over optimale structuren van kostendeling en een kwantitatieve data-analyse.