Op vraag van het Geneesmiddelenagentschap (FAGG) onderzocht het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE), samen met de onderzoekers van Spiral (ULG) en het Leuvense Medsat , de impact van onafhankelijke huisartsenbezoeken. Doel van deze bezoeken is de huisartsen een onafhankelijke, wetenschappelijke boodschap te brengen. Het FAGG investeerde het afgelopen jaar meer dan 1 miljoen € in het project. Bij gebrek aan voldoende gegevens kon het KCE over de impact in België geen definitieve conclusie trekken. Als het project wordt voortgezet beveelt het KCE aan om het beter te integreren in de andere Belgische initiatieven inzake zorgkwaliteit . Daarnaast zou men gerichter moeten te werk gaan bij de selectie van de onderwerpen en de te bezoeken artsen. De methode van de individuele contacten wordt het beste uitgebreid met andere communicatie middelen. Tenslotte zijn een goede dataregistratie en evaluatie onontbeerlijk.Initiatieven van onafhankelijk artsenbezoek bestaan in verschillende landen. Sinds een aantal jaren financiert het FAGG in België de vzw Farmaka, die onafhankelijke medisch afgevaardigden (vaak zelf artsen) naar huisartsen stuurt. De aanpak is ingegeven door het voorbeeld van de farmaceutische industrie, die sinds jaar en dag medische vertegenwoordigers naar artsen stuurt. Deze bezoeken renderen blijkbaar, gezien de grote bedragen die de industrie eraan spendeert. Waarom dit middel dan niet gebruiken om de artsen een onafhankelijke, wetenschappelijke boodschap, gebaseerd op betrouwbare gegevens, te brengen?
In 2009 bedroeg de investering door het FAGG in het project meer dan 1 miljoen €, veel geld, maar nog altijd een peuleschil tegenover de bedragen die de industrie jaarlijks in haar bezoeken investeert. Toch tijd om de impact van deze investering te kennen, vond het FAGG, en het vroeg het KCE na te gaan of de onafhankelijke bezoeken ook echt de praktijk van de huisartsen veranderen.
De onderzoekers bestudeerden 8 buitenlandse projecten en de wetenschappelijke literatuur. Daaruit blijkt dat onafhankelijke bezoeken een reële, maar beperkte invloed op de artsenpraktijk hebben. Een positieve verhouding tussen hun effect en kostprijs werd nog niet aangetoond.
Voor het onderzoek van de Belgische situatie contacteerde Farmaka ongeveer 1500 door hen bezochte huisartsen. Uiteindelijk waren er 126 deelnemers (minder dan 10%) bereid om in het kader van de studie feedback te geven over het bezoek van de Farmaka afgevaardigde. Deze groep is niet representatief genoeg om conclusies te kunnen trekken. Toch waren er een aantal interessante vaststellingen.
Verrassend was dat veel huisartsen zich het bezoek niet meer herinnerden. De anderen vonden dat het vaak een heel compacte wetenschappelijke inhoud had. Ze erkenden wel dat het een noodzakelijk tegengewicht vormde tegenover de bezoeken van de farmaceutische industrie. Vooral de huisartsen die alleen werkten apprecieerden de komst van de Farmaka afgevaardigde, omdat het hen hielp hun wetenschappelijk isolement te doorbreken.
Veranderde het bezoek hun medische aanpak? Hiervoor werd gekeken naar het effect van een bezoek rond het thema diabetes. Zoals gezegd was de groep van huisartsen niet representatief genoeg om het KCE toe te laten algemene conclusies te trekken. Bovendien werden de Farmaka aanbevelingen al voor het bezoek bij vier op vijf diabetesbehandelingen gevolgd. Na het bezoek veranderde er meestal weinig aan de behandelingen.
Het KCE stelt vast dat het huidige initiatief van onafhankelijke bezoekers geïsoleerd blijft ten opzichte van de andere Belgische initiatieven inzake zorgkwaliteit. Daarom acht het KCE een koerswijziging nodig. De keuze van de onderwerpen stemt best overeen met duidelijke kwaliteitsdoelstellingen, met de feedbacks van de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie en met de interesses van de huisartsen.
Verder zouden de beperkte middelen doelgerichter moeten worden gebruikt door zich bijvoorbeeld vooral te richten op alleenwerkende huisartsen en op opinieleiders bij de huisartsen, zonder hierbij de specialisten te vergeten, die immers vaak betrokken zijn bij de start van de behandeling van dezelfde patiënten.
Het KCE beveelt ook aan om zich niet tot individuele contacten te beperken, maar deze aan te vullen met andere communicatiemiddelen. Tenslotte zou de eventuele verderzetting van dit initiatief moeten afhangen van de uitbouw van een goede dataregistratie en een degelijke evaluatie.