Vanaf juli 2006 zullen er 40 bijkomende Magnetische Resonantie (MR) toestellen geïnstalleerd worden in België. Een pas verschenen rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzoekt in welke mate MR andere radiologische onderzoeken zoals CT kan vervangen en welke gevolgen de uitbreiding zal hebben binnen de huidige financiering van MR.
In vergelijking met andere landen is België zeer productief wat betreft radiologie. Er worden twee soorten scanners gebruikt: de CT scanner, die gebruik maakt van Röntgenstralen, en de MR, voor heel wat aandoeningen een alternatief voor CT zonder schadelijke stralen. Voor het gebruik van CT staat België bovenaan in de lijst van het aantal scanners per miljoen inwoners. Er zijn relatief minder MR scanners in België, maar toch is het aantal onderzoeken dat gebeurt per MR scanner in België hoger dan in andere landen.
Dit verschil in gebruik kan verklaard worden door hoe scanners en onderzoeken gefinancierd worden en door programmeringsnormen voor MR. De radioloog die een onderzoek uitvoert, wordt in het algemeen per prestatie betaald. Een radioloog kan moeilijk onnodige onderzoeken weigeren. Artsen die radiologische onderzoeken aanvragen weten niet altijd welk onderzoek het meest geschikt is voor welke klacht. Enkele jaren geleden werden er daarom praktijkrichtlijnen voor het aanvragen van radiologische onderzoeken opgesteld door de radiologen en verspreid onder de artsen door het RIZIV.
Het Kenniscentrum somt een aantal aandoeningen op waarvoor CT niet meer gebruikt zou mogen worden en onderbouwt dit met wetenschappelijke bewijzen. De huidige aanvraagrichtlijnen zouden elke twee jaar moeten herzien worden in het licht van nieuwe bewijzen. Momenteel gebeurt een dergelijke herziening niet systematisch. Verder pleit het Kenniscentrum voor kwaliteitscontrolemaatregelen voor apparatuur en radiologen.
Om gepast gebruik van de technologie te stimuleren, raadt het Kenniscentrum aan het financieringssysteem van CT en NMR grondig te herdenken. Een korte termijn oplossing ligt niet voor de hand in de huidige Belgische context. Het Kenniscentrum kan slechts een aantal tussentijdse opties voorstellen: harmonisering van de financiering van CT en NMR, creëren van een financiële stimulans bij de radiologen voor correct gebruik van radiologie en ten slotte het invoeren van een gestandaardiseerd voorschrijfformulier dat rekening houdt met de aanvraagrichtlijnen van radiologische onderzoeken.