Bloed bestaat uit rode en witte bloedcellen, bloedplaatjes en plasma. Witte bloedcellen bieden bij bloedtransfusie weinig voordelen, wel nadelen. Leukodepletie, leukoreductie of deleucocytering zijn synoniemen voor een techniek waarbij het bloed gefilterd wordt met filters die 99,99% van die witte bloedcellen verwijderen. Transfusiebloed zonder witte bloedcellen is beter, maar 37% duurder dan ongefilterd bloed. Deze kosten zijn te verantwoorden voor die patiënten die een hoger risico lopen op ongewenste bloedtransfusie-reacties. Bij die patiënten die weinig risico lopen, is de meerkost van de verwijdering van de witte bloedcellen uit het transfusiebloed moeilijker te verantwoorden. Daarom voerde het Belgische Rode Kruis een selectief beleid: gefilterd bloed werd voorbehouden voor hoogrisico groepen.
In 1999 besliste Groot-Brittanië alle donorbloed systematisch te filteren. De reden was BSE, de dolle koeien-ziekte. In 1995 werden de eerste gevallen gesignaleerd van een nieuwe fatale ziekte bij mensen, 'variant Creutzfeldt-Jakob (vCJD)', die veroorzaakt bleek door hetzelfde infectieus eiwit dat BSE veroorzaakt, een 'prion'. Het was goed mogelijk dat dat prion kon worden overgedragen door bloedtransfusies. Niemand durfde voorspellen welke omvang de vCJD epidemie zou nemen. Het besluit om alle bloed te filteren in de hoop prionen af te vangen uit donorbloed, was dan ook een redelijke voorzorgsmaatregel.
In 2004 valt het enorm mee. De epidemie van zowel BSE als vCJD bleef nagenoeg beperkt tot Groot-Brittanië. Maar de publieke opinie verlangt afwezigheid van ieder risico, wat onhaalbaar is bij levend weefsel van menselijke herkomst. Volgens de letter van de Europese regelgeving moeten bloedbanken 'alle' beschikbare voorzorgsmaatregelen invoeren. De Belgische bloedtransfusieveiligheid is nochtans uiterst hoog, door gratis afgestaan bloed van gezonde vrijwilligers en door een strenge kwaliteitscontrole. De vraag tot invoeren van 'alle' voorzorgsmaatregelen creëert een aanbod vanuit de industrie, waarbij het risico ontstaat dat reeds zeer veilig en gratis gegeven bloed onbetaalbaar wordt.
De Belgische bloedbank kan moeilijk onder universele leukoreductie onderuit. De Europese regelgeving laat weinig ruimte voor interpretatie en de omringende landen hebben deze maatregel eveneens ingevoerd. Bij een ongeval, hoe onwaarschijnlijk ook, riskeert het Rode Kruis juridisch verantwoordelijk gesteld te worden. Gefilterd bloed voor iedereen is duurder, maar kwalitatief ook beter. Omdat het onderscheid tussen gefilterd en ongefilterd bloed wordt opgeheven, vereenvoudigt de logistiek. Maar introductie van deze maatregel lost het maatschappelijke probleem niet op. Een degelijk voorzorgsbeleid streeft naar een optimale bloedtransfusieveiligheid, waarbij de genomen voorzorgsmaatregelen redelijk en proportioneel moeten zijn tot de bedreiging, die in dit geval klein doch nooit onbestaande is.
Voor de toekomst is het bij onheilspellende berichten noodzakelijk dat telkens de publieke opinie goed wordt voorgelicht over de reële risico's. De (Europese) wet moet een redelijk voorzorgsbeleid beter definiëren, zodat voorzorgsmaatregelen worden ingevoerd, niet omdat ze beschikbaar zijn, maar omdat ze proportioneel zijn tot de bedreiging voor de volksgezondheid.