In een studie, gevraagd door Minister Demotte, brengt het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) een gunstig advies uit over een algemene inenting van jonge kinderen met het pneumokokkenvaccin. Volgens dit onderzoek is een 3-malige vaccinatie even doeltreffend maar kosteneffectiever dan de 4 vaccindosissen die momenteel in België nog worden gegeven.
Pneumokokken zijn bacteriën die voorkomen in de bovenste luchtwegen en niet altijd ziekte veroorzaken. Wanneer ze wel tot ziekte leiden gaat het om longontsteking, meningitis of, minder erg, middenoorontsteking of infecties van de bovenste luchtwegen. De zeldzamere ernstige infecties kunnen soms dodelijk zijn of handicaps veroorzaken. De mortaliteit situeert zich vooral bij kinderen jonger dan 5 jaar, en 65 plussers.
Sinds 2004 is er ook in België een vaccin op de markt. De Hoge Gezondheidsraad beveelt aan kinderen van jonger dan 2 jaar oud ermee te laten inenten.Het vaccin is doeltreffend, maar erg duur, op dit ogenblik ongeveer € 66 per vaccindosis. Met de 4 vaccinaties die nu nog worden gegeven, komt dat neer op meer dan € 250 per kind. Als de overheid zou beslissen om een 4-malige inenting terug te betalen zou dit toch nog neerkomen op een jaarlijks budget van € 22 miljoen te verdelen tussen de federale overheid (2/3) en de regionale overheden (1/3). Dit budget gaat er bovendien van uit dat de overheid een lagere aankoopprijs per dosis zal bedingen met de fabrikant.
De studie werd opgezet en uitgevoerd door het Centrum voor de Evaluatie van Vaccinatie (CEV) van de Universiteit Antwerpen. Het CEV maakte een kritisch overzicht van alle voorgaande klinische en economische studies over dit onderwerp, ontwikkelde een simulatiemodel en voerde een geavanceerde farmaco-economische studie uit, gebaseerd op Belgische gegevens (o.a. vanuit de databanken van het Nationaal Referentielabo voor Pneumokokken (aan de Katholieke Universiteit Leuven), van de Christelijke Mutualiteiten en van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid). De conclusies zijn duidelijk: 4 dosissen (op 2,3,4 en 15 maanden) geven geen beter resultaat dan 3 (op 2, 3 en 15 maanden). Dit laatste blijkt ook uit de allerrecentste internationale gegevens. De additionele waarde van de extra inenting op maand 4 is heel klein en weegt zeker niet op tegen de extra kosten die dit zou vergen.. Afgezien van de uitgespaarde vaccinatiekosten en het vermeden ongemak voor babies, is bovendien de overbezetting van de vaccinatiekalender een belangrijke overweging.
Meerdere andere landen passen ook dit schema met 3 inentingen toe. Het toedienen van 3 vaccindosissen i.p.v. 4 zal een jaarlijkse besparing van € 5 miljoen betekenen, terwijl de ingeënte kinderen even goed beschermd zijn. Het rapport bevat ook een overzicht van de kostprijs van het vaccin in andere landen: in België ligt die prijs vooralsnog een stuk hoger dan in landen met een openbaar vaccinatieprogramma.