Met een aantal andere Europese initiatieven als voorbeeld doet het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidzorg (KCE) voorstellen om de kwaliteit van de zorgen verleend door huisartsen te verbeteren. Hiervoor werkte het KCE samen met de universitaire huisartsenafdelingen van de UA en de UCL en met de huisartsenverenigingen Domus Medica en SSMG. Zowel de huisartsen zelf als de overheid spelen een sleutelrol in de kwaliteitsverbetering van de huisartsenpraktijk.
Voor onze gezondheidszorg is het essentieel dat de verleende zorg verstrekt door de huisartsen van goede kwaliteit is. Zij behandelen het overgrote deel (90 %) van de gezondheidsklachten van de burger. In verschillende Europese landen bestaan er al initiatieven om de kwaliteit van hun zorgverlening te meten en te verbeteren. In België werden ook al enkele maatregelen genomen, zoals het ontwikkelen van aanbevelingen aan huisartsen (richtlijnen) en feedback over hun voorschrijfgedrag. Dit zijn echter losstaande initiatieven en de schaarse informatie die voorhanden is, wijst op een beperkt positief effect op de kwaliteit van de patiëntenzorg.
Het KCE analyseerde de systemen voor kwaliteitsverbetering in andere landen. Daarnaast testte het KCE de EPA (European Practice Assessment Tool) uit op een aantal Belgische huisartsenpraktijken. De EPA is een Europees instrument om de kwaliteit van huisartsenpraktijken te meten.
Uit de analyse en de test blijkt dat bij een eventuele implementatie van een Belgisch kwaliteitssysteem de rol van alle betrokken partijen duidelijk omschreven moet zijn. Het spreekt vanzelf dat de huisartspraktijken zelf een cruciale rol zullen spelen. Zij moeten overtuigd zijn van het belang van kwaliteitsverbetering. Daarnaast moeten ze over voldoende middelen (bvb informatica.) beschikken en bereid zijn om gezondheidsgegevens nauwkeurig te registreren.
Het KCE pleit in een eerste fase voor de oprichting van een forum, waarbij zoveel mogelijk partijen worden betrokken, om alle initiatieven te bespreken en te vergelijken. Op die manier wordt een breed draagvlak gecreëerd. De aanwezigheid van de artsenverenigingen en de academische wereld is daarin belangrijk. Zij kunnen kwaliteitsindicatoren en efficiënte instrumenten voorstellen en de (toekomstige) huisartsen het concept van kwaliteitsontwikkeling bijbrengen.
De overheid zal ondersteuning moeten geven, zowel financieel als organisatorisch, door een kwaliteitsbeleid te definiëren en uit te stippelen.