Bij een heelkundige ingreep wordt het lichaam van een patiënt geopend. Dat is geen klein ding, ook niet in de 21ste eeuw. Door de enorme medische vooruitgang gebeurt dat in uiterst veilige condities, maar een zeker risico is nooit uit te sluiten. Natuurlijk willen chirurg en anesthesist dat risico op voorhand zo goed mogelijk in kaart brengen. Dezelfde vooruitgang in de geneeskunde deed het idee ontstaan dat het routinematig in stelling brengen bij iedere patiënt van een batterij testen (cardiogram, radiografieën, urineonderzoek, laboratoriumtesten) wel beter zou zijn om te schatten welke patiënt welk risico loopt.
Dat is niet zo. De dokter doet het beter. Het recente rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) over de waarde van het preoperatieve onderzoek toont het belang van een goede ondervraging en een goed lichamelijk onderzoek. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat routinetesten voor courante, niet urgente ingrepen bij blijkbaar gezonde volwassenen weinig aanbrengen. Deze testen werden een ingesleten gewoonte, maar ze hadden zelden een gevolg voor de patiënt. Neem bijvoorbeeld een electrocardiogram ('een filmpje van het hart'). Dat toont soms afwijkingen, die geen betekenis hebben voor het operatief risico en toont vaak niet de afwijkingen die wel betekenis hebben. Een patient met dreigend hartfalen kan een volstrekt normaal electrocardiogram hebben. Op gerichte vragen van de dokter zal de patiënt echter antwoorden dat hij zich moe voelt, dat hij gauw buiten adem is en 's nachts een extra kopkussen gebruikt omdat hij kortademig wordt als hij platligt. Misschien heeft hij dikke voeten, of zijn er op de longen wat reutels te horen. De anesthesist weet onmiddellijk dat hij op zijn tellen moet passen: de machine had hem deze informatie niet gegeven.
Een goede schatting van het operatie-risico voor een gewone heelkundige ingreep bij een volwassene begint dus met een goed klinisch onderzoek van de patient: een gerichte ondervraging met een lichamelijk onderzoek. Pas als dit aanleiding geeft tot bezorgdheid over een mogelijk gezondheidsprobleem zijn verdere testen aangewezen.
Weldra zullen ziekenhuizen en de betrokken artsen een overzicht ontvangen van het RIZIV (de nationale raad voor kwaliteitspromotie) over de in 2003 uitgevoerde preoperatieve onderzoeken. Wij hopen dat diegenen die veel dergelijke onderzoeken uitvoeren deze praktijk opnieuw in vraag stellen. Het is echter evenzeer wenselijk dat de patiënten zelf weer alle vertrouwen stellen in de dokter, meer dan in de machine.