NICE-guideline 

Het Britse NICE (the National Institute for Health and Care Excellence) publiceerde op 18 december 2020 een praktijkrichtlijn omtrent de identificatie, beoordeling en aanpak van langdurige COVID-19. De wetenschappelijke inzichten omtrent langdurige COVID-19 zijn nog in volle evolutie. Daarom zal NICE op regelmatige tijdstippen deze praktijkrichtlijn aanpassen. De eerste versie is, naast op de beperkt beschikbare wetenschappelijke studies, dan ook voor een groot deel gebaseerd op de inzichten van een multidisciplinair samengesteld panel van experten en patiëntvertegenwoordigers. 

Langdurige COVID-19: terminologie en definitie 

De praktijkrichtlijn omvat de zorg voor patiënten met symptomen die optreden tijdens of na een SARS-CoV-2 infectie en langer dan 4 weken aanhouden. De symptomen kunnen niet verklaard worden door een alternatieve diagnose. Om langdurige COVID-19 te definiëren maakt NICE een onderscheid in drie fases:

  • Acute COVID-19: COVID-19 symptomen met een duurtijd tot 4 weken;
  • Aanhoudende symptomatische COVID-19: COVID-19 symptomen die tussen de 4 tot 12 weken duren;
  • Post-COVID-19 syndroom: symptomen die aanhouden of zich ontwikkelen na meer dan 12 weken en die niet verklaard kunnen worden door een alternatieve diagnose. Meestal is er sprake van clusters van symptomen die kunnen veranderen over de tijd en zich kunnen voordoen in om het even welk orgaan of deel van het lichaam. Het post-COVID-19 syndroom kan ook al eerder worden vastgesteld indien alternatieve diagnoses worden uitgesloten.

De terminologie langdurige COVID-19 omvat zowel de ‘aanhoudende symptomatische COVID-19’ als het ‘post-COVID-19 syndroom’. NICE maakt een onderscheid tussen deze twee fases omdat bij een grote groep van patiënten met aanhoudende symptomatische COVID-19 de klachten en symptomen na 12 weken verdwenen zijn terwijl deze voor een andere groep patiënten wel voortduren. NICE opteert voor de term ‘post-COVID-19 syndroom’ in plaats van ‘chronische COVID-19’ omdat het momenteel nog onzeker is hoe lang de klachten en symptomen bij deze groep patiënten zullen aanhouden. 

Identificatie van patiënten met aanhoudende symptomatische COVID-19 en het post-COVID-19 syndroom

Alle zorgverleners dienen alert te zijn voor patiënten die na een acute COVID-19 fase aanhoudende klachten en symptomen hebben, ongeacht of de patiënt positief getest heeft op SARS-CoV-2 (PCR, antigen of antilichaam) en ongeacht of de patiënt gehospitaliseerd is geweest. NICE beveelt aan om:

  • Patiënten te informeren over: de meest gangbare symptomen die voorkomen na de acute COVID-19 fase, het herstel dat verschillend is voor iedereen maar meestal optreedt binnen de 12 weken, het onvoorspelbaar en wisselend verloop van symptomen, dat het voorkomen van symptomen niet automatische gelinkt is aan de ernst van de symptomen tijdens de acute fase, manieren van zelf-management (bv. realistsche doelen stellen) en bij welke symptomen en klachten contact moet worden opgenomen met welke zorgverleners. 
  • Een initiële consultatie met de huisarts (telefoon, video, klassiek) te organiseren waarbij naast een klinische evaluatie ook het gebruik van een screeningsinstrument kan worden overwogen. Op basis van deze eerste consultatie kan, samen met de patiënt, bekeken worden of een verdere evaluatie aangewezen is en of er symptomen zijn waarvoor een dringende verwijzing noodzakelijk is. Bijzondere aandacht dient uit te gaan naar kwetsbare groepen die na een SARS-CoV-2 infectie hun symptomen thuis zelf hebben opgevolgd. 
  • Voor patiënten die gehospitaliseerd werden tijdens de acute COVID-19 fase dient een zorgverlener uit de tweede lijn een follow-up consultatie te organiseren 6 weken na ontslag om na te gaan of symptomen aanhouden of er nieuwe symptomen zijn opgetreden sinds de hospitalisatie. 

Assessment of bijkomende evaluatie

Indien tijdens een eerste contact wordt vastgesteld dat een bijkomende holistische evaluatie nodig is, beveelt NICE aan om de klinische voorgeschiedenis te bevragen (bv. aard, ernst, duur symptomen van de acute COVID-19; andere aandoeningen), alsook de impact van de aanhoudende symptomen op het dagelijks functioneren (bv. werk, opleiding, sociale isolatie) en de beleving van de symptomen door de patiënt (bv. angst). 

NICE merkt op dat zorgverleners er rekening mee moeten houden dat er een brede waaier aan symptomen kunnen voorkomen, vaak met een wisselend verloop, en dat noch het type symptomen noch een hospitalisatie tijdens de acute COVID-19 fase toelaten om te voorspellen of er langdurige COVID-19 zal optreden. 

Bij oudere patiënten met een geleidelijke achteruitgang in dementie, bij kwetsbare ouderen, of ouderen met verlies van interesse in eten of drinken na een acute COVID-19 fase, dient er rekening mee gehouden te worden dat dit een teken kan zijn van langdurige COVID-19. 

Wanneer een patiënt nieuwe cognitieve problemen rapporteert wordt het gebruik van een gevalideerd screeningsinstrument  aangeraden. 

Onderzoek en doorverwijzing naar de tweedelijnszorg

Zorgverleners in de eerste lijn wordt aanbevolen om:

  • Patiënten met aanhoudende symptomatische COVID-19 of een vermoeden van post-COVID-19 syndroom dringend te verwijzen naar acute diensten indien ze klachten of symptomen hebben die kunnen wijzen op een acute of levensbedreigende complicatie, met inbegrip van maar niet beperkt tot: ernstige hypoxemie of desaturatie, tekenen van een ernstige longziekte, cardiale borstpijn, multi-systeem inflammatoir syndroom (bij kinderen);
  • Onderzoeken en tests af te stemmen op de klachten en symptomen van de patiënt met als doel acute en levensbedreigende complicaties of andere onderliggende oorzaken uit te sluiten en te objectiveren of deze symptomen gelinkt zijn aan een acute SARS-CoV-2 infectie of een post-COVID-19 syndroom. Indien andere onderliggende oorzaken worden vermoed dienen onderzoeken en verwijzing volgens de geldende nationale praktijkrichtlijnen te worden uitgevoerd;
  • Bloedonderzoek uit te voeren (bv. volledig bloedbeeld, lever- en nierfunctie, C-reactief proteïne, ferritine, B-type natriuretic peptide (BNP) en schildklierfunctie);
  • Afhankelijk van de aanwezige symptomen bijkomende testen en onderzoeken uit te voeren, zoals een inspanningstolerantie test, een controle van bloeddruk en pols liggend en staand (bv. bij duizeligheid of hartkloppingen), RX-thorax op 12 weken bij aanhoudende respiratoire symptomen (mogelijks is RX-thorax onvoldoende om eenlongziekte uit te sluiten);
  • Patiënten met ernstige psychiatrische symptomen, of risico op automutilatie of zelfdoding onmiddellijk te verwijzen voor een psychiatrische evaluatie en de geldende praktijkrichtlijnen te volgen bij patiënten met angst, stemmings- en andere minder ernstige psychiatrische symptomen;
  • Bij patiënten waarbij acute of levenbedreigende complicaties of een alternatieve diagnose zijn uitgesloten een verwijzing te overwegen naar een zorgorganisatie die een geïntegreerde multidisciplinaire evaluatie aanbiedt specifiek voor langdurige COVID-19 en gericht op revalidatie en herstel. De afwezigheid van een SARS-CoV-2 positieve test is hierbij geen exclusiecriterium.

Zorgplanning – behandeling en follow-up

Voor patiënten die een evaluatie in de eerstelijnszorg of een gespecialiseerd multidisciplinair centrum hebben ondergaan, dient een zorgplanning voor ondersteuning en revalidatie te worden opgemaakt in samenspraak met de patiënt. Deze zorgplanning omvat advies over zelfmanagement (bv. realistische doelen stellen, manieren om met symptomen om te gaan, wie te contacteren wanneer men bezorgd is of bijkomende hulp nodig heeft) en ondersteuning en/of doorverwijzing aangepast aan de lokale zorgpaden en klinische noodzaak. 

Patiënten dienen te worden geïnformeerd dat het momenteel niet duidelijk is of vitamine en supplementen helpen, schadelijk zijn of geen effect hebben in de behandeling van langdurige COVID-19. 

Patiënten dienen te worden ondersteund in besprekingen met hun werkgever of school om hun werk of opleiding (gefaseerd) te hervatten. 

Indien patiënten worden verwezen voor een revalidatie dienen fysieke, psychologische en psychiatrische aspecten aan bod te komen. Voor elke patiënt wordt, in samenspraak met de patiënt, een geïndividualiseerd en doelgericht revalidatieplan opgesteld, rekening houdend met alle aanwezige symptomen en klachten.

Bijzondere aandacht dient uit te gaan naar ouderen (bv. bijkomende ondersteuning bij sociale isolatie) en kinderen (i.e. overweeg verwijzing naar gespecialiseerde pediatrische zorg indien symptomen langer dan 4 weken aanhouden). 

De zorgverleners dienen met de patiënt af te spreken hoe de symptomen opgevolgd zullen worden. Zelfmonitoring (bv. hartritme, bloeddruk, saturatie) kan deel uitmaken van dit plan. 

Zorgorganisatie

Wat betreft zorgorganisatie beveelt NICE aan om te voorzien in:

  • Toegang tot een multidisciplinair diagnostisch aanbod (bv. ‘one-stop’ clinics) dat instaat voor de evaluatie van de fysieke en psychologische en psychiatrische klachten en symptomen en het uitvoeren van verdere testen en onderzoeken. Deze multidisciplinaire centra worden geleid door een ervaren arts die, rekening houdend met de brede waaier aan mogelijke symptomen, beroep kan doen op ondersteuning van andere specialismen. 
  • Geïntegreerde, multidisciplinaire revalidatie aangepast aan de lokale noden en mogelijkheden. Een brede waaier aan zorgverleners met gespecialiseerde vaardigheden en ervaring in vermoeidheid en respiratoire symptomen dient te worden voorzien aangevuld met andere disciplines in functie van leeftijd en symptomen van de patiënt. Het kernteam bestaat minstens uit een ergotherapeut, een kinesitherapeut, een klinisch psycholoog en psychiater en een revalidatiearts. 
  •  Verwijsafspraken tussen de eerstelijnszorg, multidisciplinaire revalidatie en gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg. 
Documents
Contact
Karin Rondia (FR)
+32 (0)2 287 33 48
+32 (0)475 769 766
JAARVERSLAG
Published on: 
05-02-2021