Samenvatting (Frans of Engels)
Eind 2019 dook een nieuw coronavirus (het SARS-CoV-2) op dat zich razendsnel over de wereld verspreidde en tot een pandemie geleid heeft. De ziekte veroorzaakt door dit virus, COVID-19, verloopt bij vele mensen mild maar kan soms ook een ernstig verloop kennen. Op dit ogenblik zijn er geen gekende werkzame behandelingen voor patiënten met COVID-19.
In deze studie wordt onderzocht of plasma van genezen COVID-19 patiënten kan gebruikt worden om het verloop van COVID-19 minder ernstig te maken. In het plasma van een groot deel van de genezen COVID-19 patiënten zitten antistoffen tegen het virus. Dit zijn eiwitten die door de mens worden geproduceerd om deze infectie te bestrijden. Door plasma te verzamelen van genezen patiënten en te geven aan patiënten die ziek zijn worden deze antistoffen doorgegeven en wordt zo de ziekte mogelijk afgeremd of gestopt.
Het geven van plasma is al eerder uitgetest op kleinere schaal bij andere virale infectieziekten zoals griep of Ebola. Grote studies zijn er echter niet uitgevoerd om dit effect klaar en duidelijk aan te tonen omdat er snel een vaccin of een nieuw medicijn werd ontwikkeld voor deze ziekten of omdat de epidemie snel kon worden ingedijkt. Er is wel veel ervaring met het geven van plasma voor de behandeling van stollingsstoornissen of ziekten van het immuunsysteem.
Gezien elke virale infectie anders is moet voor elk virus apart nagegaan worden of deze vorm van behandeling veilig en werkzaam is op een bepaalde plaats en tijdstip. Zo kunnen antilichamen die in het verleden werden ontwikkeld tegen een ander coronavirus een verergering van de ziekte veroorzaken. Daarom is voorzichtigheid steeds geboden.
Behandeling door donor-plasma is reeds toegepast bij een aantal Chinese patiënten en het lijkt een mogelijk positief effect te hebben, maar deze resultaten moeten nog bevestigd worden. In deze studie worden twee groepen patiënten met elkaar vergeleken. Een groep krijgt bovenop de standaard zorg plasma van een genezen patiënt en een tweede groep krijgt enkel de standaard zorg. Uit de studie kunnen dan harde conclusies worden getrokken of het geven van convalescent plasma al dan niet nuttig is.
| Samenvatting resultaten |
|---|
De nationale DAWn-plasmastudie, waaraan 21 Belgische centra deelnamen, onderzocht of plasma, gedoneerd door herstelde COVID-19-patiënten, de genezing van nieuwe patiënten kan bevorderen. In de prospectieve multicentrische DAWN-plasmastudie kregen volwassen patiënten die met COVID-19 in het ziekenhuis waren opgenomen, gerandomiseerd 4 eenheden open-label herstellend plasma toegediend, in combinatie met standaardzorg (interventiegroep) of alleen standaardzorg (controlegroep). Voor de studie werd plasma gedoneerd door herstelde COVID-19 patiënten met neutraliserende antilichaamtiters (NT50) ≥ 1/320 gebruikt. Tussen 2 mei 2020 en 26 januari 2021 werden 320 patiënten gerandomiseerd om plasma van herstelde COVID-19 patiënten te krijgen en werden 163 patiënten in de controlegroep opgenomen. Het aandeel patiënten dat op dag 15 in leven was en geen mechanische beademing kreeg, was tussen beide groepen niet verschillend. De interventie veranderde het natuurlijke verloop van de antilichaamtiters niet. Het aantal ernstige of ernstige bijwerkingen was vergelijkbaar in beide onderzoeksarmen en transfusiegerelateerde bijwerkingen werden gemeld bij 6% van de patiënten in de interventiegroep. Conclusie is dat een vroegtijdige transfusie met 4 eenheden herstellend plasma met hoge neutraliserende antilichaamtiters bij gehospitaliseerde COVID-19-patiënten niet zorgde voor een significante verbetering van de klinische situatie, noch voor een verminderde mortaliteit. |
| Title | Donated antibodies working against nCoV (DAWN-Plasma) |
| Participants (P) | Eligible adult patients who tested positive for SARS-CoV-2 and are admitted to the hospital and have at least one of the following: a. Radiographic infiltrates by imaging (chest x-ray, CT scan, etc.), or b. Clinical assessment (evidence of rales/crackles on exam) AND SpO2 ≤ 94% on room air, or c. Requiring supplemental oxygen. |
| Intervention (I) | Treatment with 4 units of convalescent plasma: 2 units of plasma are administered within 12h after randomization, but preferably as soon as practically possible 2 units of plasma should be administered between 24h and 36h after the first infusion Other investigational products may be added as part of the adaptive study design. |
| Control (C) | Standard of Care (SOC) |
| Outcome (O) | Primary outcome: Patients requiring mechanical ventilation or death Key secondary outcome: Clinical status of subject at day 15 and day 30 (on a 10-point “WHO progression” ordinal scale) |
| Trial Design | Phase II proof-of-concept study Randomized, Open-label, Multicentre, Adaptive Study design |
| Sample Size | 483 patients randomised 2:1 322 patients receiving plasma 161 patients receiving SOC |
| Trial duration | 20 months |
| Budget | € 2 million |
|
Sponsor |
UZ Leuven |
|
Chief Investigator |
Prof. Dr. Geert Meyfroidt
|
|
Participating sites |
UZ Leuven UZ Brussel Hôpital Erasme Bruxelles UCL St Luc Bruxelles St Pierre University Hospital Brussels CHU Liège AZ Delta Roeselare CHU Brugmann CHC Liège Mont Légia Jules Bordet Institute Brussels ZNA Antwerpen Stuivenberg AZ Groeninge Kortrijk Hopital Jolimont CHR Citadelle Luik |
|
External Partners |
Rode Kruis Vlaanderen Croix Rouge REGA institute Leuven (Piet Maes) Sciensano (Cyril Barbezange) University of Liège (Daniel Desmecht) ITM (Kevin Arïen) |
| Protocol | Download protocol View publication Trials |
| Results | Download report |
For timelines and recruitment, see dashboard