Het Belgische Evidence-Based Practice netwerk

R291

De praktijk in de gezondheidszorg is steeds meer gebaseerd op wetenschappelijk bewijs (‘evidence-based’). Om de zorgverleners op de hoogte te houden van de meest recente wetenschappelijke evoluties, ontwikkelen en verspreiden talrijke beroepsorganisaties praktijkrichtlijnen (ook ‘guidelines’ genoemd). In België is de kwaliteit van deze richtlijnen goed, maar de manier waarop ze tot stand komen of gefinancierd worden, miste samenhang. Daarom wilde minister van Volksgezondheid Maggie De Block deze taken centraliseren en coördineren binnen een federaal netwerk. Ze gaf aan het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) de opdracht om dit netwerk op te richten en te operationaliseren. Het uitvoeren van deze taak, wat drie jaar (2016-2019) in beslag nam, wordt gedocumenteerd door de opeenvolgende publicaties die u op deze pagina vindt.

Een benadering die de zorgpraktijk veranderde

De afgelopen 20 jaar werd ‘evidence-based medicine’ (EBM) dé referentie voor alle artsen. Kortweg houdt het in dat men de behandeling (of het onderzoek of de preventieve maatregelen, enz.) die men voorschrijft zoveel mogelijk baseert op richtlijnen. Deze steunen op hun beurt op klinische studies, die aantonen dat de gekozen optie werkelijk de beste is voor de patiënt. Deze nieuwe benadering zorgde bij zijn introductie op het einde van de 20e eeuw voor een kleine revolutie. Ze trok immers de opvattingen van enkele beroemde professoren en de praktijkverschillen tussen de geneeskundefaculteiten in twijfel.

Vandaag volgen ook andere beroepen binnen de gezondheidszorg steeds meer het voorbeeld van de artsen. Daarom gebruiken we nu voortaan liever de term EBP (‘Evidence-Based Practice’). Voor een zorgverlener, ongeacht zijn activiteit, vormt EBP de combinatie van drie elementen: 1) de eigen klinische expertise, 2) wetenschappelijk bewijs (‘evidence’ in het Engels), meestal in de vorm van richtlijnen, en 3) de voorkeur en waarden van elke individuele patiënt. Vandaag worden de toekomstige zorgverleners opgeleid in het zoeken van het delicate evenwicht tussen deze factoren.

Ook een tool voor het gezondheidsbeleid

Ook voor het gezondheidsbeleid is EBP essentieel om de kwaliteit, effectiviteit en efficiëntie van de zorg te verbeteren. De inzet van EBP op nationaal niveau is dan ook een belangrijke beleidsdoelstelling voor een land.

In België zijn er veel beroepsorganisaties die richtlijnen ontwikkelen en verspreiden op het terrein. Het ‘federale EBP-Netwerk’, dat werd opgericht op wens van de minister van Volksgezondheid, moet nu al deze initiatieven samenbrengen in één enkel coherent netwerk. Het KCE kreeg de opdracht om de basislijnen van dit Netwerk uit te tekenen en de operationalisering ervan te coördineren. In een eerste fase wordt dit Belgische Netwerk beperkt tot de eerstelijnszorg. Het zal bestaan uit de tien gezondheidszorgberoepen die worden erkend in het KB van 12 november 2017: huisartsen, apothekers, verpleegkundigen, vroedvrouwen, kinesitherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten, podologen, tandartsen en diëtisten.

Opstarten van een netwerk vanuit de bestaande actoren

Om een dergelijk netwerk op te zetten, moesten eerst de actoren, hun rol en complementariteit worden geïdentificeerd (zie synthese deel 1 en hoofdstuk 1 van het wetenschappelijk rapport). De meeste EBP-actoren in België zijn ‘ontwikkelaars’, dus beroepsorganisaties die richtlijnen ontwikkelen voor hun beroepsgroep. Voorbeeld hiervan is Domus Medica.

Andere EBP-actoren hebben zich gespecialiseerd in specifieke rollen, zoals CEBAM (Belgisch Centrum voor Evidence-Based Medicine), dat verantwoordelijk is voor de validatie van alle publiek gefinancierde richtlijnen, of het platform Ebpracticenet dat de disseminatie ervan centraliseert via zijn website. Tot nu toe werkten ze vooral voor huisartsen; ze breiden nu hun werkterrein uit naar de tien hogervermelde gezondheidsberoepen. Al deze actoren werden uitgenodigd op werkvergaderingen, om hun praktijken te delen en te proberen een gemeenschappelijke aanpak te vinden.

Drie bijkomende functies

Drie andere functies die essentieel zijn voor het goed functioneren van een EBP-netwerk waren in België nog niet geformaliseerd: prioritering, implementatie en evaluatie.

Bij de prioritering worden elk jaar de prioritaire thema’s bepaald waarop het Netwerk zich moet focussen, om zo op een coherente en gecoördineerde manier te werken. Deze functie is toegewezen aan het KCE.
De implementatie van de richtlijnen op het terrein. Deze taak werd toevertrouwd aan Ebpracticenet, in het verlengde van zijn rol als verspreidingsplatform.
De evaluatie is de laatste fase van de cyclus. Daarbij wordt nagegaan in hoeverre het Netwerk zijn doel heeft bereikt, om dan de nodige aanpassingen voor de toekomst te doen. De resultaten van de evaluatie kunnen ook worden gebruikt bij de nieuwe prioritisatieprocessen. Deze taak wordt opgenomen door CEBAM.

Deze functies vormen samen de ‘levenscyclus’, die elke nieuwe richtlijn (of ander EBP-product) moet doorlopen.

EBP_LEVEN_Cycle

Bepalen van het optimale bestuursmodel

In zijn voorbereidende werk moest het KCE het meest geschikte bestuursmodel bepalen, om het werk van alle reeds bestaande EBP-actoren te harmoniseren (zie synthese deel 1 en de hoofdstukken 2 en 3 van het wetenschappelijk rapport). Met de hulp van de Antwerp Management School en de Technopolis Group werd gekozen voor een structuur type NAO (Network Administrative Organisation), een afzonderlijke, onafhankelijke organisatie) voor het operationeel beheer van het federale EBP-Netwerk. Deze NAO nam de juridische vorm aan van een stichting van openbaar nut.

Er werd ook een Netwerkcoördinator aangeworven, die zal instaan voor de dagelijkse werking van het Netwerk en zal optreden als interface tussen het terrein, de financierende overheidsinstellingen en de eindgebruikers.

De strategie van het Netwerk zal worden uitgestippeld door een Federale Stuurgroep (Steering Board), bestaande uit vertegenwoordigers van het RIZIV, de FOD Volksgezondheid en het kabinet van de minister van Volksgezondheid (het KCE en het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) hebben er een adviserende rol).

Daarnaast zal er een Adviesgroep (Advisory Board) bestaan uit vertegenwoordigers van de zorgverleners, patiënten en hun families, wetenschappelijke verenigingen, mutualiteiten en EBP-actoren (bv. ontwikkelaars, disseminatoren,…). Deze moet feedback van het terrein aan de Stuurgroep geven.

EBP_Organisatie

Specifieke focus op implementatie

Het is algemeen geweten dat het in de gezondheidszorg niet volstaat om nieuwe richtlijnen eenvoudigweg ter beschikking te stellen aan de zorgverleners (disseminatie). Er moeten ook ‘strategieën’ worden opgezet, om hen ervan te overtuigen hun gewoonten aan te passen. Deze strategieën zijn geïnspireerd door de sociale en communicatie wetenschappen, en vergen specifieke vaardigheden op het gebied van gezondheidszorg.

De minister van Volksgezondheid wenste dat er aan dit aspect binnen het Netwerk bijzondere aandacht werd geschonken. Deel 2 van de synthese en hoofdstuk 4 van het wetenschappelijk rapport hebben hierop dan ook betrekking. Deel 2 van de synthese bevat ook een overzicht van het performance management van het Netwerk (zie ook hoofdstuk 5 van het wetenschappelijk rapport) en het begin van het operationaliseringsplan.

Operationalisering

De informatie die werd verzameld bij alle mogelijk geïnteresseerde partijen in het noorden en zuiden van het land, tijdens workshops in het begin van het project, vormde de basis voor een Charter van goed bestuur. Dit Charter moet de volledige werking van het Netwerk en alle interacties tussen de partners regelen, met 'wederzijds vertrouwen' en 'samenwerking' als kernwoorden.

De werking van het Netwerk is gemodelleerd naar de ‘levenscyclus’ van EBP, met voor elk van de zes functies een specifieke ‘cel’. Elke cel moet een specifieke methoden, procedures en instrumenten uitwerken. Al deze procedures, processen en informatiestromen worden gedeeld, zodat alle betrokkenen kunnen genieten van elkaars kennis en expertise (zie hoofdstuk 6 van het wetenschappelijk rapport). Het Netwerk wordt op die manier ‘zelflerend’, met transparante, gecoördineerde mechanismen, gebaseerd op gemeenschappelijke procedures. De uiteindelijke doelstelling is om, in het belang van alle patiënten, aan elke zorgverlener praktijkrichtlijnen ter beschikking te stellen, die de meest recente wetenschappelijke evoluties omvatten, en die aangepast zijn aan de realiteit van de bevolking van ons land.

GERELATEERDE LINKS
CONTACT
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 274 115
JAARVERSLAG
Published on: 
09-07-2019