Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg(KCE) bestudeerde samen met het RIZIV en het WIV (Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid) de performantie van het Belgische gezondheidssysteem. De resultaten werden vergeleken met die van 14 andere Europese landen. Uit de metingen blijkt dat er heel wat positieve scores zijn, zoals de vaccinatiegraad van de kinderen, de overleving na borst -of darmkanker op 5 jaar, de relatie met de huisarts, het toenemend gebruik van goedkopere geneesmiddelen, enz. Er is nog wel ruimte voor verbetering voor o.a. de deelname aan de opsporing van borst- en baarmoederhalskanker en de opvolging van diabetici. Ook worden er nog te veel antibiotica voorgeschreven, en worden de Belgen nog teveel blootgesteld aan medische straling. De vergrijzing van de huisartsen is verontrustend, evenals de sociale ongelijkheid (vb de lagere sociale klassen hebben een slechtere gezondheid).
Goede vaccinatiegraad bij kinderen, zorgkwaliteit en efficiëntie
De vaccinatiegraad bij kinderen ligt hoger dan het Europese gemiddelde. De zorgkwaliteit scoort positief: we halen zeer goede resultaten voor de overleving op 5 jaar na borstkanker of darmkanker. De Belgen hebben een heel goede relatie met hun huisarts en meer dan 90% van de ondervraagden is tevreden over de contacten met de gezondheidszorg. De globale efficiëntie van ons gezondheidssysteem werd niet echt gemeten, maar het stijgend aantal opnames in dagziekenhuis en een toenemend gebruik van goedkopere geneesmiddelen zijn indicatoren die de goede richting uitgaan.
Het is wel belangrijk dat de aandacht voor deze inspanningen niet verslapt, zodat de goede resultaten behouden blijven.
Aandachtspunten: hoog aantal zelfdodingen, overgewicht, te weinig screening op bepaalde kankers, sociale ongelijkheid,…
In vergelijking met de andere Europese landen ligt het aantal zelfdodingen in België zeer hoog. Ook het aantal inwoners met overgewicht stijgt, en doen we te weinig aan lichaamsbeweging. De vrouwen binnen de doelgroepen laten zich te weinig screenen op borst- en baarmoederhalskanker, terwijl degenen buiten de doelgroep voor borstkanker (50-69 jaar) dat dan weer teveel doen. Dat is contraproductief voor de volksgezondheid en de financiële middelen worden op die manier niet goed besteed.
Mensen uit lagere sociale klassen hebben vaker een slechtere gezondheid: ze leven minder lang en zijn minder lang gezond, lijden vaker aan overgewicht en de zuigelingensterfte ligt hoger. Ze houden er ook een minder gezonde levensstijl op na (voeding, roken, lichaamsbeweging). Daarnaast nemen ze minder deel aan de opsporing voor kanker en worden ze bij diabetes minder goed opgevolgd.
…teveel antibiotica, variabiliteit in keizersneden, medische straling, onvoldoende opvolging van diabetes patiënten en te weinig nieuwe huisartsen
Antibiotica worden nog teveel voorgeschreven, en er is, behalve bij kinderen, geen verbetering merkbaar. Diabetici worden nog niet genoeg volgens de klinische richtlijnen opgevolgd. En het aantal keizersneden blijft stijgen, met grote verschillen tussen ziekenhuizen. Hoewel lichtjes gedaald in 2011, is de blootstelling aan medische straling nog erg hoog. Ondanks een constante stijging is het aantal patiënten dat over een globaal medisch dossier (GMD) beschikt nog wat laag.
Verontrustend is ook dat de gemiddelde leeftijd van de huisartsen blijft stijgen, en dat de instroom-quota die werden voorzien door de Planningscommissie (FOD Volksgezondheid) al enkele jaren niet worden gehaald.
Een must: beschikbare gezondheidsdata…
Sinds het vorige performantierapport uit 2010 is er een aanzienlijke verbetering in de beschikbaarheid van de gegevens. Toch blijven verschillenden tekortkomingen in de huidige gegevensbronnen, en de onderzoekers doen een reeks aanbevelingen om dit te verbeteren.
…en doelstellingen tot verbetering
Dit rapport belicht een aantal aandachtspunten die grondiger moesten worden bestudeerd. Van een aantal werkpunten in het rapport waren de beleidsmakers al op de hoogte. Om te weten welke maatregelen nodig zijn, gaven ze al opdracht tot bijkomend onderzoek.
Het huidige rapport meet een bestaande situatie, maar het uiteindelijke doel is een aantoonbare verbetering van deze situatie. De politieke verantwoordelijken zouden dus meetbare objectieven moeten vastleggen, waarbij ze rekening houden met de aanbevelingen in het rapport.
Europees initiatief
Deze performantiemeting is een meer uitgebreid vervolg op een eerste KCE-RIZIV-WIV-rapport uit 2010 (KCE-rapport nr128). Het initiatief kadert binnen het Verdrag van Tallinn, dat in 2008 door alle Europese lidstaten werd ondertekend. Daarbij verbonden de lidstaten zich ertoe om de performantie van hun gezondheidssysteem regelmatig te meten en te evalueren.
Het volgende Belgische performantierapport zal in december 2015 worden gepubliceerd.
|
|