COVID-19: bijdragen van het KCE

Het KCE stelde zijn expertise beschikbaar aan collega’s van andere overheidsinstellingen, die betrokken zijn bij de aanpak van de COVID-19-crisis.

Literatuuronderzoek:

Snel literatuuronderzoek om de medische interventies op te lijsten die aerosolen verspreiden (besmettende druppeltjes). Identificatie van de interventies met het grootste risico op overdracht van een respiratoir pathogeen. Dit document helpt te bepalen welke zorgverleners bij prioriteit maskers moeten dragen. 

  • Tromboprofylaxe
    (op vraag van de Hoge Gezondheidsraad en het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten – april-mei 2020)

COVID-19 verhoogt het risico op trombo-embolische problemen, zowel in de veneuze als in de arteriële circulatie, wat het risico op overlijden aanzienlijk verhoogt.

Op 7 april adviseerde Sciensano om de behandeling te vervangen door orale anticoagulantia bij gehospitaliseerde patiënten (vóór de opname) met curatieve heparine met laag moleculair gewicht. De reden hiervoor was de mogelijke geneesmiddelinteracties en moeilijkheden bij het aanpassen van de dosis orale anticoagulantia. Daarnaast had de Belgische Vereniging voor Trombose en Hemostase (BSTH) algoritmen gepubliceerd voor COVID-19-positieve patiënten in het ziekenhuis (al dan niet op de intensieve zorgen) en voor ambulante patiënten. 

Aangezien de wetenschap voortdurend evolueert, voerden we een snel literatuuroverzicht uit als aanvulling op de reeds bestaande kennis. De conclusie was dat de algoritmen uit de BSTH in overeenstemming waren met de internationale aanbevelingen, maar dat advies voor zwangere vrouwen of postpartum vrouwen ontbrak. Als gevolg daarvan is de BSTH een dringend consensusproces gestart om de algoritmen op punt te zetten, aan te vullen met achtergrondinformatie en met aanbevelingen voor zwangere vrouwen en vrouwen in de postpartumfase. 

Het KCE ging door middel van een snel literatuuronderzoek na wat de gevoeligheid van kinderen is voor het coronavirus, en welke rol ze spelen bij de overdracht ervan. Het blijkt dat hierover nog vele onduidelijkheden bestaan. Hierdoor is het moeilijk om de risico’s voor de volksgezondheid bij een heropening van de scholen in te schatten. Momenteel wordt in het hele land contactonderzoek uitgevoerd, om gevallen van (mogelijke) besmetting zo snel mogelijk te identificeren. Wanneer er zich in scholen echter een groot aantal coronagevallen voordoet, zouden daarnaast ook ‘uitbraakteams’ de rol van de schoolkinderen bij coronabesmetting moeten nagaan. Dankzij dit bevolkingsonderzoek zou men wetenschappelijke informatie kunnen verkrijgen over het besmettingsrisico via schoolgaande kinderen, en dit is dringend nodig. 
Daarnaast zijn epidemiologische studies aangewezen om het verloop van een coronabesmetting bij kinderen te beschrijven. En om de immuniteit bij kinderen op te volgen, moet er bij meer kinderen regelmatig een bloedonderzoek worden uitgevoerd.

Testing en tracing zijn cruciale stappen die toelaten om COVID-19 gevallen te identificeren, hun contacten te vinden en de overdracht van de infectie te stoppen. Het proces laat ook toe om asymptomatische en milde symptomatische gevallen vroegtijdig op te sporen. Deze sterk verweven interventies zijn, kortom, een controlestrategie voor een vroege bestrijding en het vermijden van een heropleving van de epidemie.

Op 10 juni, terwijl het aantal nieuwe ziekenhuisopnames in verband met COVID-19 afnam, gaven nieuw bevestigde gevallen aan dat er in België nog steeds sprake was van gemeenschapsoverdracht. De Belgische Risicomanagementgroep (RMG) vroeg zich af of er internationaal innovatieve strategieën voorhanden waren ter voorbereiding van een tweede COVID-19 golf. Dit project biedt een gestructureerde vergelijking van de strategie voor testing en tracing van contacten in België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Nederland. Het geeft een overzicht van het beleid dat in deze landen wordt gevoerd en de uitvoering ervan, om advies te verlenen aan de RMG en de internationale gezondheidsautoriteiten op basis van deze internationale ervaringen.

  • Deelname aan de ad hoc werkgroep Vaccinatiestrategie tegen Covid-19 
    (op vraag van de Risk Management Group – mei 2020)

Het doel van de werkgroep (onderdeel van de Vaccinatiegroep van de Hoge Gezondheidsraad) is om advies uit te brengen over een vaccinatiestrategie tegen COVID-19 in België. De bedoeling is om specifieke aanbevelingen te doen naar beleidsmakers over risicogroepen en prioritaire groepen, met eveneens schattingen van het aantal benodigde vaccins voor wanneer er een vaccin tegen COVID-19 beschikbaar zal zijn. Deze opdracht werd gevraagd door de voorzitter van de RMG. Het advies ‘Vaccinatiestrategie tegen Covid-19 in België’, dat op 3 juli 2020 aan de Belgische autoriteiten werd gestuurd, is openbaar gemaakt (persbericht) en is beschikbaar via deze link.

Het post-intensieve zorgsyndroom doet zich niet enkel voor bij COVID-19. In de maanden na ontslag kan het optreden bij meer dan de helft van de patiënten die voor een ernstig probleem in de intensieve zorgafdeling hebben verbleven. Door de COVID-19 pandemie kan echter worden verwacht dat de incidentie van PICS de komende maanden zal toenemen.

PICS kan drie soorten symptomen hebben: fysieke (extreme spierzwakte), psychische (angst, depressie, posttraumatische stressstoornis) en cognitieve (geheugenverlies, verlies van verbale vlotheid, aandachtstoornissen en problemen met uitvoerende taken). Daarnaast kunnen ook psychische symptomen worden waargenomen bij familieleden (PICS-F voor ‘family’)

Buiten de kringen van de intensivisten is PICS niet goed gekend. Daarom voerde het KCE een snelle literatuurstudie uit, voor de zorgverleners van de eerste lijn. Bedoeling was om de belangrijkste risicofactoren en het wetenschappelijk bewijs voor de aanpak van PICS te identificeren. We stellen ook een set van 6 praktische tools voor. Hiermee kunnen de huisartsen het syndroom, waarmee ze zeker binnenkort te maken zullen hebben, snel en betrouwbaar detecteren.

Het wetenschappelijk rapport (in het Engels) is beschikbaar via deze link, de synthese in het Nederlands vindt u hier en de snelle detectietesten vindt u hier.

Klinische studies:

Het KCE Trials programma is een programma van publiek gefinancierde, niet-commerciële, praktijkgerichte klinische studies. Deze studies behandelen vragen die over het algemeen niet door de industrie worden onderzocht, ondanks hun groot belang voor de samenleving.

In het kader van de COVID-19-crisis coördineert en financiert KCE Trials klinische studies van ziekenhuisonderzoekers, om zo snel mogelijk nieuwe behandelingen te testen.

  • De COV-AID studie gaat over het gebruik van verschillende combinaties van geneesmiddelen - vaak gebruikt bij reumatoïde artritis- die interleukines 1 en 6 blokkeren. De bedoeling is om cytokine-shock bij patiënten met ademhalingsproblemen te voorkomen. Deze studie, die werd opgestart door UZ Gent, includeert 342 patiënten in 16 Belgische ziekenhuizen.
  • De DAWN-plasma studie die de werkzaamheid en veiligheid test van het toedienen van plasma van patiënten die genazen van COVID-19 aan nog zieke patiënten. Zowel universitaire als niet-universitaire ziekenhuizen in ons land verlenen hun medewerking, onder coördinatie van UZ Leuven.
  • De CONFIDENT-studie onderzoekt eveneens de doeltreffendheid van het toedienen van plasma van herstelde COVID-19 patiënten, maar dan meer specifiek aan patiënten die worden beademd. Bij de studie, die wordt gecoördineerd door CHU Luik, zijn 16 Belgische ziekenhuizen betrokken.
  • De DisCoVeRy-studie, wordt uitgevoerd op verschillende locaties in Europa door INSERM (Frankrijk). Ze vergelijkt de doeltreffendheid van verschillende behandelingen met die van de standaardbehandeling bij gehospitaliseerde patiënten die worden beademd (3200 patiënten in Europa, van wie 150 in België). De deelnemende Belgische ziekenhuizen zijn het Erasmusziekenhuis (ULB), het CHR Citadelle in Luik en de Cliniques Universitaires Saint-Luc (UCL).

Internationale samenwerking

Het KCE is de Belgische vertegenwoordiger bij de European Observatory on Health Systems and Policies, een instelling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In dit kader werd in april 2020 aan het KCE gevraagd om voor België informatie te plaatsen op het internationale platform, dat een overzicht biedt van de corona maatregelen van elk land:

https://www.covid19healthsystem.org/countries/belgium/countrypage.aspx

Elk land beantwoordt een reeks van vragen, waardoor een overzicht wordt verkregen van de maatregelen binnen de verschillende gezondheidsstelsels.

Het KCE maakt deel uit van het Europese netwerk voor de evaluatie van gezondheidstechnologie (HTA of health technology assessments) EUnetHTA. In het kader van de COVID-19-pandemie heeft dit netwerk Rolling Collaborative Reviews (RCR's) opgezet om de gezondheidsautoriteiten snel en wetenschappelijk verantwoorde informatie te verschaffen over de vergelijkende doeltreffendheid van 15 behandelingen die momenteel tegen dit virus worden gebruikt. De eerste reeks beoordelingen is in augustus 2020 gepubliceerd en zal maandelijks worden bijgewerkt. Het KCE behandelt de generische geneesmiddelen camostat en nafamostat.

Contact
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 274 115
JAARVERSLAG
Published on: 
29-10-2020