Procedure voor het indienen, de selectie en de rangschikking van onderzoeksvoorstellen omtrent te onderzoeken aandoeningen in het kader van de wet “Recht om vergeten te worden”

Personen met een chronische aandoening of na een kankerbehandeling kunnen een verhoogd risico lopen op vroegtijdig overlijden. Daarom is het voor hen vaak moeilijk om een levensverzekering (schuldsaldoverzekering) af te sluiten. Dit kan een belemmering vormen voor het verkrijgen van een hypothecaire lening en de aankoop van een onroerend goed.

De wet van 4 april 2019 voorziet bij bepaalde verzekeringen het ‘recht om vergeten te worden’. Dankzij dit recht kunnen mensen, die tenminste 10 jaar van kanker genezen zijn verklaard, een verzekering afsluiten zonder bijkomende premie omwille van hun ziektegeschiedenis. Bovendien voorziet dezelfde wet dat deze periode van 10 jaar kan worden ingekort bij specifieke (kanker- of chronische) aandoeningen die worden vermeld op referentieroosters (KB van 26 mei 2019 dat de wettekst aanvult). Het KCE heeft als opdracht deze referentieroosters om de twee jaar te beoordelen, op basis van de medische ontwikkelingen en de beschikbare wetenschappelijke gegevens. Het kan vervolgens een voorstel tot aanpassing richten aan het Opvolgingsbureau voor de Tarifering.

In het kader van dit ‘recht om vergeten te worden’ werden invasieve borstkanker en diabetes type 1 reeds als studieonderwerp opgenomen in het werkprogramma van het KCE. Het KCE lanceert nu een oproep om nieuwe aandoeningen voor te stellen die, na onderzoek, in aanmerking kunnen komen om te worden opgenomen in de referentieroosters. Elke persoon of vereniging die betrokken is bij kanker of een chronische aandoening (burger, zorgverlener, patiënten- of consumentenvereniging, organisatie, beleidsmaker...) kan een dergelijk voorstel indienen.

De oproep tot studievoorstellen heeft zowel betrekking op nieuwe aandoeningen als op de aanpassing van de criteria of toegangsvoorwaarden voor aandoeningen die reeds in de referentieroosters worden vermeld.

De voorstellen kunnen vanaf 2 december 2020 worden ingediend via het formulier op de KCE-website. Het ingevulde formulier moet uiterlijk 22 januari 2021 om middernacht bij het KCE (KCE_Projects@kce.fgov.be) ingediend worden (in het Nederlands, Frans of Duits). 

Alle voorstellen zullen worden beoordeeld door een jury van het KCE op basis van vooraf vastgestelde criteria, met als doel de meest relevante onderwerpen te weerhouden. U vindt de toelatings- en selectiecriteria hieronder.

Voor elk geselecteerd onderwerp zal het KCE nagaan of de aandoening kan worden opgenomen in de referentieroosters, en onder welke voorwaarden (stadium van de ziekte, leeftijdscriteria...).

Preselectie: beoordelen van de toelatingscriteria

Om toegelaten te worden, moeten de studievoorstellen aan de volgende criteria voldoen:

  • Het formulier werd uiterlijk op 22 januari 2021 om middernacht bij het KCE ingediend.
  • Het formulier werd ingevuld in het Nederlands, Frans of Duits.
  • Het formulier werd volledig en duidelijk ingevuld. Het bevat dus voldoende informatie om het studievoorstel te onderbouwen en om het prioriteitsniveau te kunnen beoordelen aan de hand van de evaluatiecriteria (zie verder).
  • Het studievoorstel valt binnen het thema van het ‘recht om vergeten te worden' voor de schuldsaldoverzekeringen. Voorstellen waarvoor financiering nodig is voor diagnostische of therapeutische interventiestudies (KCE trials), om richtlijnen te ontwikkelen (EBP call), of voor HTA- of HSR-studies (klassieke KCE call) worden niet weerhouden voor het KCE-programma 'recht om te worden vergeten'.
  • Het studievoorstel heeft geen betrekking op een individuele situatie of dossier, maar heeft als doel om de levensverwachting te bestuderen van een patiëntenpopulatie met kanker of een chronische pathologie.     

Deze beoordeling wordt uitgevoerd door het KCE. De beslissingen worden gedocumenteerd.

Selectie en rangschikking volgens prioriteit

1.    Grondige analyse van de studievoorstellen

De voorstellen die voldoen aan de toelatingscriteria (zie hierboven) worden verdeeld onder verschillende KCE-experten (KCE-evaluatoren genoemd) om eventueel verder te worden aangevuld. De KCE-evaluatoren kunnen bijvoorbeeld bijkomend onderzoek verrichten naar objectieve gegevens. Zo kunnen ze nationale en internationale bronnen over de epidemiologie van de ziekte raadplegen, of nagaan of er een Belgisch register of internationale registers bestaan. De bedoeling is dat de voorstellen vervolgens kunnen worden beoordeeld volgens de selectiecriteria (zie hieronder).

2.    Toekennen van scores aan de studievoorstellen

De onderwerpen worden vervolgens door drie KCE-evaluatoren geselecteerd, op basis van de evaluatiecriteria: relevantie, ernst van het gezondheidsprobleem en haalbaarheid van de studie.

Voor elk evaluatiecriterium geven de KCE-evaluatoren een score van 1 tot 5: 1 = onvoldoende; 2 = zwak; 3 = voldoende; 4 = goed; 5 = perfect, aan elk onderwerp.

Per onderwerp worden voor elk van de 3 evaluatiecriteria de som en gemiddelde totaalscore berekend en vermeld in een verslag. Bij een verschil van mening, op basis van de scores en van de schriftelijke opmerkingen van de beoordelaars, wordt het onderwerp verder besproken. Het doel van dit overleg is om een consensus te bereiken, en de scores daaraan aan te passen.

Het cruciale criterium ‘haalbaarheid’ vereist een grondige analyse. Deze wordt enkel uitgevoerd voor studievoorstellen met een minimumscore van 2/5 voor de twee andere criteria.

Voor elk onderwerp wordt uiteindelijk een totaalscore berekend, op basis waarvan de onderwerpen worden gerangschikt. Hoe hoger de som, hoe hoger de prioriteit van het studievoorstel. Het is daarom essentieel dat elk voorstel zoveel mogelijk argumenten bevat om de selectiecriteria te ondersteunen. De rangschikking, scores, commentaren en discussiepunten worden vermeld in een rapport voor de evaluatiecommissie (zie hieronder).

De rangschikking bestaat uit drie groepen:

1. De projecten met de hoogste algemene score: zij worden effectief geselecteerd voor het werkprogramma.    
2. Projecten met een hoge score, maar die moeilijker uit te voeren zijn. Zij worden enkel uitgevoerd als er nieuwe mogelijkheden zijn (op gebied van tijd, medewerkers of internationale samenwerking).
3. Projecten die uitgesloten worden, omdat uit een meer grondige studie blijkt dat ze niet haalbaar of opportuun zijn.    

3. Definitieve beslissing door de evaluatiecommissie 

In een vergadering tussen de leden van de evaluatiecommissie wordt vervolgens beslist welke projecten in het tweejaarlijkse KCE-onderzoeksprogramma zullen worden opgenomen.    

De evaluatiecommissie bestaat uit:

  • Leden van het KCE, die de formulieren hebben geanalyseerd, eventueel hebben gezocht naar bijkomende informatie en die de voorlopige scores hebben toegekend.    
  • Leden van het Opvolgingsbureau voor de Tarifering, die samen met het KCE de definitieve scores toekennen, en die de rangschikking volgens prioriteit opstellen.    
  • Clinici die gespecialiseerd zijn in de betrokken aandoening zullen eventueel uitgenodigd worden om hun expertise te delen met de evaluatiecommissie (beslissing geval per geval).

De leden van de evaluatiecommissie geven vóór de evaluatie van de projecten hun belangen aan. Bij tegenstrijdige belangen onthoudt het jurylid zich van deelname aan de beoordeling van het betrokken project. Elk lid van de commissie evalueert elk studievoorstel afzonderlijk. Om het evaluatieproces zo neutraal mogelijk te laten verlopen, worden alle voorstellen geanonimiseerd.

Alle indieners van een voorstel ontvangen een bericht om hen te informeren over het al dan niet opnemen van hun voorstel in het studieprogramma, en over de motivatie van deze beslissing.
    
Het werkprogramma wordt gepubliceerd op de website van het KCE.