Systeem van goedkopere geneesmiddelen bereikt ook financieel zwakkeren

  • 2 april 2010

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) ging na of alle Belgen, ongeacht hun socio-economische achtergrond, financieel voordeel halen uit het bestaan van generische geneesmiddelen of bepaalde originele producten waarvan de prijs werd verlaagd. Het resultaat is bemoedigend, want net de minst bevoorrechte Belgen blijken iets meer dergelijke producten te kopen. Toch kan het nog beter. Artsen en apothekers kunnen aangespoord worden om goedkopere producten meer voor te schrijven en af te leveren . En ook de patiënt zou meer informatie kunnen krijgen over de meerprijs die hij betaalt bij de aankoop van een geneesmiddel waarvoor er een goedkoper alternatief bestaat.

In 2001 werd in België een nieuw systeem voor de terugbetaling van voorgeschreven geneesmiddelen ingevoerd, het referentieprijssysteem. Dergelijk systeem bestaat ook in de meeste andere Europese landen. Het wordt toegepast wanneer het octrooi van een merkgeneesmiddel verstreken is en er generische kopieën van het middel op de markt verschijnen. Deze laatste bevatten gelijkaardige bestanddelen en hebben dezelfde werking als het oorspronkelijke geneesmiddel. Omdat de fabrikant geen ontwikkelingskosten meer heeft, is het vaak veel goedkoper. Het referentieprijssysteem verlaagt in dat geval de terugbetaling van al deze producten met dezelfde werkzame stof met 30% of meer.

Als de patiënt toch een duurder origineel voorgeschreven krijgt, moet hij het verschil (het referentiesupplement) zelf opleggen, bovenop het remgeld. Door dit systeem wordt de arts, via de patiënt, aangespoord om meer goedkope geneesmiddelen voor te schrijven. Hierdoor doet de ziekteverzekering besparingen, zonder dat aan medische kwaliteit wordt ingeboet, en kan zij meer middelen besteden aan bvb de terugbetaling van nieuwe, vaak dure geneesmiddelen.

Men vroeg zich af of socio-economisch zwakkere bevolkingsgroepen niet door het systeem worden gepenaliseerd omdat het systeem door hen minder gekend en dus gebruikt is. Dit bleek niet het geval te zijn.

Positief effect van het systeem: prijsverlaging van originele geneesmiddelen
Een eerste positief effect van het referentieprijssysteem is dat de fabrikanten na afloop van het octrooi bij 4 op de 10 originelen de kostprijs verlagen. In dat geval moet er geen referentiesupplement worden betaald, en dit geldt uiteraard voor alle bevolkingsgroepen die het middel gebruiken.

Zwakkere groepen betalen iets minder referentiesupplementen
Uit de KCE-studie blijkt dat de minst bevoorrechte Belgen en patiënten die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming (gehandicapten, bepaalde gepensioneerden, …) iets vaker dergelijke producten kopen, waardoor ze dus minder referentiesupplementen betalen. Dit is een bemoedigend resultaat voor de toegankelijkheid van de gezondheidszorg. Ook patiënten van een wijkgezondheidscentrum of met een globaal medisch dossier gebruiken meer goedkopere geneesmiddelen. De oudere patiënten daarentegen gebruiken iets minder vaak het goedkopere alternatief.

60 miljoen €
Toch betaalden de Belgen in 2008 samen meer dan 60 miljoen € aan referentiesupplementen, gemiddeld bijna 4€ per verpakking, wat vooral bij chronisch zieke patiënten financieel zwaar kan doorwegen. Dit supplement werd vooral betaald bij de aankoop van geneesmiddelen voor hart- en vaatziekten, van antidepressiva en van pijnstillers.

Maatregelen gericht op artsen, apothekers en patiënten
Om dit bedrag te doen dalen pleit het KCE voor een overleg om de minimum voorschrijfpercentages van artsen voor goedkopere geneesmiddelen (quota) te verhogen. Deze quota, die per medische specialisatie worden vastgelegd, bestaan al sinds 2006 en zijn sindsdien niet meer aangepast.

Daarnaast zouden apothekers het recht moeten hebben om een generisch geneesmiddel af te leveren, zelfs wanneer een origineel werd voorgeschreven, tenzij de voorschrijvende arts het uitdrukkelijk heeft verboden. Dit substitutierecht bestaat in de 11 andere landen die in de studie werden opgenomen, maar nog niet in België. Het is wel voorzien door een wet van 1993, maar er werden nog geen uitvoeringsbesluiten voor opgesteld.

Tenslotte pleit het KCE voor het nog beter informeren van de patiënt door hem, op het moment van aankoop van een merkgeneesmiddel, waarvoor een goedkoper alternatief bestaat, een duidelijke uitleg te geven over het verschil in kostprijs.

De volledige tekst van de studie is beschikbaar op de website van het KCE: http://kce.fgov.be (rubriek publicaties) onder de referentie KCE Reports vol.126A.

GERELATEERDE LINKS
CONTACTPERSOON
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 27 41 15
JAARVERSLAG