Medische schade zonder aantoonbare fout van arts of verzorgingsinstelling: vergoeding van groter aantal schadegevallen aan beperkte meerkost bij Franse aanpak

  • 30 maart 2009

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) bekeek de kost van een eventuele invoering van het Franse systeem in België bij de vergoeding van medische schade zonder aantoonbare fout door de arts of de verzorgingsinstelling. In dit systeem zou een overheidsfonds jaarlijks tussen 80 en 140 schadegevallen vergoeden, met een budget van 15 tot 19,4 miljoen euro. Het onderzoek werd gevoerd in samenwerking met de actuarissen van Reacfin.

De Franse aanpak
In Frankrijk bestaan de systemen van vergoeding van schade ten gevolge van gezondheidszorg met en zonder bewezen fout naast elkaar. Als er een fout van de arts of de verzorgingsinstelling kan worden aangetoond moet hun verzekeraar de schadevergoeding betalen. Als er geen fout kan worden bewezen speelt een nationaal solidariteitsfonds een rol in de vergoeding van de schade. De voorwaarde is wel dat deze schade een zekere graad van ernst heeft, namelijk een blijvende gedeeltelijke invaliditeit van tenminste 24%, een tijdelijke arbeidsongeschiktheid van minstens 6 maanden of overlijden. Daarnaast kan de schade ook worden vergoed indien het slachtoffer definitief onbewaam is verklaard om zijn professionele aktiviteit uit te voeren of indien het schadegeval ernstige verstoringen van de levensomstandigheden met zich meebrengt.

Budgettaire impact
Het KCE ging na wat de budgettaire impact van een dergelijk systeem in België zou zijn. Het schatte dat in België jaarlijks tussen 80 en 140 schadegevallen in aanmerking zouden komen voor vergoeding door het Fonds. De vork tussen 80 en 140 komt vooral doordat de onderzoekers niet wisten in welke mate de ziekenhuisinfecties in aanmerking zullen komen voor vergoeding. Er zou aan het Fonds een budget tussen 15 en 19,4 miljoen euro moeten worden toegekend, eenmaal het op kruissnelheid is. Dit budget zal pas worden bereikt na enkele jaren omdat men rekening moet houden met de termijn van de afhandeling van de klachten. Het Fonds zal trouwens pas vergoeden na de tussenkomst van de sociale zekerheid.

Dit systeem maakt het dus mogelijk om een groter aantal schadegevallen, vanaf een zekere graad van ernst, te vergoeden. De schadevergoeding zal binnen een korte termijn worden uitbetaald en de totale kost van het systeem zal binnen de perken blijven. Een gedeeltelijke vergoeding van minder ernstige gevallen zou ook kunnen worden voorzien. Dit zou uiteraard ook meer kosten met zich meebrengen.

Procedure
In Frankrijk kan een slachtoffer van schade ten gevolge van gezondheidszorg zich wenden tot een burgerlijke rechtbank of tot een “Regionale Commissie voor bemiddeling en schadevergoeding”. Deze instanties beslissen of bij vergoedbare schade de verzekeraar van de zorgverlener(s) of de verzorgingsinstelling dan wel het Fonds moeten tussenkomen. In België zouden er geen gelijkaardige commissies worden voorzien maar zou men zich, naast de rechtbanken, rechtstreeks kunnen wenden tot het Fonds. Gezien het belang van de beslissing om al dan niet te vergoeden, voorziet men best een tweede, controle, onafhankelijk van de beslissingen van het Fonds.

Het KCE pleit er ook voor dat zowel rechtbanken als Fonds dezelfde tabel gebruiken voor de begroting van de schade en dat het Fonds statistieken bijhoudt over de toegekende vergoedingen en de elementen die een impact kunnen hebben op het budget.

GERELATEERD LINKS
Contact pers
Om contact op te nemen met onze persdienst
JAARVERSLAG