Maatregelen nodig om beroep huisarts aantrekkelijker te maken

  • 27 oktober 2008

De populariteit van het beroep van huisarts is de laatste jaren sterk verminderd: een minderheid van de geneeskundestudenten kiest voor de specialisatie en een groot aantal huisartsen stopt met zijn/haar praktijk. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht samen met onderzoeksteams van 5 Belgische universiteiten (UCL, UAntwerpen, ULg, UGent en KU Leuven) de oorzaken van deze verminderde aantrekkingskracht. Ze interviewden de belangrijkste betrokkenen: studenten, (ex-)huisartsen, beleidsmensen, beroepsverenigingen en universiteiten. Het blijkt dat het beroep kampt met een negatief imago bij de geneeskundestudent en dat de werkomstandigheden van de huisarts zwaar wegen op zijn privéleven. De onderzoekers stellen maatregelen voor om het imago, de positie van de huisarts in het gezondheidssysteem en zijn/haar werkomstandigheden te verbeteren.

In België kiest minder dan een derde van de medische studenten in het 7e jaar voor de specialisatie huisartsgeneeskunde. Het recente KCE-rapport (2007-72) over het medische aanbod toonde aan dat een vierde van het quotum voor huisartsen, voorzien in het kader van de numerus clausus, niet wordt ingevuld. Bovendien oefent bijna 20 % van de afgestudeerde huisartsen zijn/haar beroep nooit uit. Anderen stappen er na enkele jaren uit: in 2005 had bijna 15% van de huisartsen die 10 jaar voordien waren afgestudeerd de curatieve sector verlaten. Dit fenomeen kan leiden tot een tekort aan huisartsen, vooral op het platteland en in bepaalde stedelijke wijken.

Beroep van huisarts niet aantrekkelijk voor geneeskundestudent
Uit het onderzoek en uit interviews met 7e jaarsstudenten blijkt dat ze het huisartsberoep zien als een beroep met minder status en verdiensten dan de andere specialiteiten. De oorzaak van deze perceptie is volgens hen o.a. een gebrek aan informatie over de specialisatie, het negatieve imago van de huisartsgeneeskunde in de medische faculteit en de lage kwaliteit van de huisartsenopleiding en de stageplaatsen.

Huisartsen stoppen wegens moeilijke werkomstandigheden
Een hoge werklast, stresserende situaties (bvb spoedgevallen) en moeilijke relaties met patiënten en/of andere huisartsen kunnen zwaar wegen op het privéleven en de professionele ontwikkeling van de huisarts. Het is vaak de belangrijkste redenen om uit het beroep te stappen volgens de geïnterviewde ex-huisartsen. De internationale literatuur voegt daar nog factoren zoals een te laag inkomen, onvoldoende professionele ondersteuning door bvb specialisten en ziekenhuizen en een ongunstige vestigingsplaats van de praktijk (afwezigheid van scholen, cultuur,…) in geïsoleerde regio’s aan toe.

Beleidsmaatregelen om het probleem aan te pakken
Er zijn al een aantal maatregelen genomen om het beroep aantrekkelijker te maken. In de VS organiseren de geneeskundefaculteiten specifieke programma’s om huisartsstudenten aan te trekken: bvb studentenselectie, huisartscolleges, opleidingen voor praktijken op het platteland. In sommige landelijke gebieden van o.a. Australië worden nieuwe huisartspraktijken financieel gesteund en worden er vervangingsdiensten georganiseerd.  Veel van die maatregelen hebben hun doeltreffendheid echter nog niet bewezen. België nam ook al maatregelen om de vestiging van praktijken in moeilijke gebieden en samenwerkende praktijken te steunen.

De geïnterviewde Belgische betrokkenen stelden een aantal actiepunten voor op gebied van zorgorganisatie, opleiding en werkomstandigheden. Huisartsen moeten worden aangemoedigd om bepaalde taken (bvb administratieve) meer te delegeren en om samen te werken, al dan niet in een groepspraktijk. De huisarts moet een centralere rol in de zorgverlening spelen. De betrokkenen pleiten ook voor een betere integratie van de huisartsengeneeskunde in de medische opleiding. Daarnaast kunnen de betaling van een vast bedrag per ingeschreven patiënt (forfaitaire betaling) gecombineerd met een ereloon per prestatie, de afschaffing van de verplichte individuele wachtdienstbeurten en een ‘evoluerende’ loopbaan de arbeidsomstandigheden verbeteren.

Aanbevelingen van het Kenniscentrum
Het KCE beveelt aan om de huisartsgeneeskunde in de medische faculteiten op te waarderen met o.a. een specifieke selectie van studenten met een affiniteit voor huisartsgeneeskunde en colleges en met stages van hoge kwaliteit in een vroeg stadium van de medische studies.

De werkomstandigheden van de huisarts kunnen worden verbeterd door o.a. de mogelijkheid tot loopbaanonderbreking, deeltijds werk en goed georganiseerde wachtdiensten. Werk in teamverband, binnen netwerken of in een groepspraktijk zou moeten aangemoedigd worden: het doorbreekt het isolement en laat toe om administratieve taken te delegeren en multidisciplinair werk uit te voeren.

Verder pleit het KCE voor het behoud van de financiële steun aan samenwerkende praktijken in samenwerking en aan praktijken die in streken met te weinig huisartsen worden opgestart. De inkomensverschillen tussen huisartsen en specialisten zouden moeten worden geanalyseerd en aangepast als het verschil te groot blijkt te zijn.

GERELATEERD LINKS
Contactpersoon
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 274 115
JAARVERSLAG