Longfunctietesten: specialisten blazen in zelfde richting

  • 12 juli 2007

De laatste 10 jaar is het gebruik van longfunctietesten globaal met één vijfde gestegen. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) verzamelde op vraag van het RIZIV alle wetenschappelijke bewijzen over het nut van deze testen en zat hierover rond de tafel met longspecialisten en huisartsen. Het resultaat is een lijst met aanbevelingen voor het gebruik van deze testen in de meest courante situaties. Het KCE raadt ook aan om het terugbetalingssysteem te verbeteren.

Longfunctietesten worden gebruikt bij de diagnose en opvolging van longziekten zoals astma en chronisch obstructief longlijden (in de volksmond vaak gekend als ‘chronische bronchitis’). Bekende voorbeelden van deze testen zijn de spirometrie, waarbij de patiënt in een toestelletje blaast dat een eventuele luchtwegvernauwing meet, en de diffusie capaciteit, waar men nagaat hoe de longen zuurstof opnemen.

Het gebruik van een aantal van deze testen is de laatste 10 jaar in België geleidelijk gestegen.. Opvallend is dat vooral de ambulante zorg deze stijging veroorzaakt (35 %). Het gaat hierbij om testen bij mensen die niet in een ziekenhuis zijn opgenomen. Voor ziekenhuispatiënten is er daarentegen een daling van het aantal testen met 14 %. Sommige testen verdubbelden in aantal. In de meerderheid van de gevallen krijgt de patiënt een combinatie van 4 tot 5 longfunctietesten.

In samenwerking met meerdere klinische en wetenschappelijke specialisten werden aanbevelingen geformuleerd over het goed klinisch gebruik van deze testen op basis van de bestaande wetenschappelijke gegevens. Het samenvatten van dit wetenschappelijke bewijs was een bijzondere uitdaging, omdat veel studies dateren van de jaren ’60 en ’70 en recent onderzoek schaars was. Een innovatieve aanpak en een intense samenwerking met verschillende experts leidde uiteindelijk tot een baanbrekend rapport. Er werden aanbevelingen opgesteld voor de belangrijkste longaandoeningen zoals astma en COPD, evenals voor de meest courante klachten zoals chronische hoest en kortademigheid. Zo wordt bijvoorbeeld voor patiënten met chronische hoest enkel een klassieke spirometrie en een totale longcapaciteit aanbevolen. Bij sommige van deze patiënten wordt ook een provocatietest uitgevoerd. Hierbij gaat men na of de patiënt bij het inademen van een bepaald gas een luchtwegvernauwing krijgt, wat zou kunnen wijzen op astma.

Volgens het KCE kan ook het terugbetalingssysteem beter afgestemd worden op het oordeelkundig gebruik van longfunctietesten . Op dit ogenblik voorziet de ziekteverzekering voor elke test een afzonderlijke vergoeding voor de arts die de testen afneemt. Dit kan een stimulans zijn om meer testen uit te voeren. Daarom raadt het KCE een meer globale terugbetaling aan, met codes voor meerdere testen samen. Innovatieve testen kunnen dan ook vlotter aan zo’n lijst worden toegevoegd.

De huidige omschrijving van de codes van het RIZIV (nomenclatuur) komt slecht overeen met de wetenschappelijke literatuur. Sommige omschrijvingen zijn ronduit vaag en kunnen bij artsen verwarring scheppen. Dat kan leiden tot verkeerd gebruik. Een duidelijkere formulering door het RIZIV zou een goede zaak zijn.

GERELATEERDE LINKS
CONTACTPERSOON
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 274 115
JAARVERSLAG