Langdurig psychiatrische patiënten: meer zorg dichtbij eigen leefomgeving nodig

  • 18 november 2010

Op basis van een voorzichtige schatting zou ongeveer 1% van de Belgische bevolking te kampen hebben met een ernstige, langdurige mentale aandoening. Het gaat om mensen die lijden aan schizofrenie, bipolaire stoornissen (ook “manisch-depressieve” stoornissen genoemd), steeds terugkomende ernstige depressies of persoonlijkheidsstoornissen. In België ligt de nadruk bij de zorg nog sterk op de opname in een psychiatrische instelling, hoewel er al andere begeleidingsmogelijkheden bestaan. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) pleit ervoor om deze mensen nog meer in de maatschappij te re-integreren, door zorg dichtbij of in de eigen leefomgeving te geven. Een multidisciplinair team, bestaande uit o.a. een psychiater, een psychiatrisch verpleegkundige, een sociaal assistent enz., zou in een aantal gevallen de zorg moeten coördineren. Verder is meer samenwerking tussen het federale en de regionale en gemeenschapsniveaus noodzakelijk.

Sinds de tweede helft van de 20e eeuw nam de geestelijke gezondheidszorg in de meeste Westerse landen een drastische wending, vooral voor mensen met een ernstige en langdurige psychiatrische aandoening. Men stapte meer en meer af van de klassieke behandeling in het psychiatrische ziekenhuis en legde de nadruk eerder op re-integratie in de maatschappij. Daarbij moest de ziekenhuiszorg vervangen worden door andere ondersteuning, zoals thuisbehandeling, begeleid wonen, enz.

Samen met een sterke verbetering van de geneesmiddelen zorgde deze nieuwe aanpak voor een betere levenskwaliteit van deze mensen.

Het KCE deed een onderzoek naar de meest doeltreffende organisatievormen van de zorg voor de langdurig psychiatrische patiënten. Het bestudeerde de wetenschappelijke literatuur, keek naar voorbeelden in binnen- en buitenland en probeerde daaruit een aantal lessen te trekken.

Verder uitbouwen van aangepaste zorg buiten het ziekenhuis
Ondanks de hervormingen leunt in België de zorg nog sterk op de opname in een instelling. In België waren er in 2007 nog 127 psychiatrische bedden per 100.000 inwoners, terwijl bijvoorbeeld Australië er maar 25 op 100.000 telde.

Het is nochtans bewezen dat een behandeling buiten het ziekenhuis, al dan niet tijdens crisissituaties, even effectief kan zijn, hoewel voor sommige mensen een ziekenhuisopname noodzakelijk blijft. Een thuisbehandeling met regelmatig huisbezoek en een gecombineerde medische en sociale aanpak blijkt ook de duur van latere ziekenhuisopnames te verminderen.

Het KCE pleit daarom voor nog meer integratie van mensen met een ernstige en langdurige psychiatrische aandoening in de maatschappij, in de vorm van beschermde woonprojecten, met diverse niveaus van zelfstandigheid en ondersteuning, en aangepast aan de noden van de patiënt. Voor zij die thuis worden behandeld zou er meer begeleiding moeten zijn bij dagactiviteiten en ondersteuning bij de hervatting van het werk.

Dit project van meer re-integratie zou stap voor stap moeten worden uitgebouwd, met regelmatige, kritische evaluaties.

Multidisciplinaire aanpak
Voor diegenen die vaak opnieuw in het ziekenhuis terecht komen, zou een multidisciplinair team een zeer intensieve behandeling in de eigen leefomgeving moeten aanbieden. Dit team zou ook de zorg moeten coördineren en een intensieve opvolging moeten bieden aan wie uit de zorg dreigt te verdwijnen. Een dergelijk team bestaat uit o.a. een psychiater, een psychiatrisch verpleegkundige, een sociaal assistent, een psycholoog enz. Het is bewezen dat deze aanpak het aantal ziekenhuisopnames kan verminderen, en ertoe bijdraagt dat meer mensen zelfstandig kunnen wonen en aan het werk gaan.

Verdere coördinatie tussen federaal en regionaal beleid nodig
Tussen het federale en het regionale en gemeenschapsbeleid is er meer coördinatie nodig. Momenteel bieden in principe de gewesten en gemeenschappen dagopvang, diverse woonfuncties, enz. aan voor langdurig zorgbehoevende volwassenen. Voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening gebeurt dit echter door de ziekteverzekering, en het huidige aanbod is nog veel minder gevarieerd dan dat voor gehandicapten. Voor mentale aandoeningen beperkt de bevoegdheid van de gemeenschappen en gewesten zich hoofdzakelijk tot de centra voor geestelijke gezondheidszorg.

Recent werd er door de bevoegde ministers een volgende stap gezet naar meer zorg buiten het psychiatrisch ziekenhuis, en naar meer samenwerking binnen de sector van de geestelijke gezondheidszorg (het zogenaamde art 107). Deze plannen worden momenteel verder uitgewerkt. 

GERELATEERDE LINKS
CONTACTPERSOON
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 274 115
JAARVERSLAG