Kinderen en jongeren met mentale problemen: samen met alle betrokkenen uit de sector stelt het KCE een aantal maatregelen voor

  • 20 april 2012
Kinderen en jongeren met mentale problemen: samen met alle betrokkenen uit de sector stelt het KCE een aantal maatregelen voor

Net zoals in de meeste westerse landen worstelt de Belgische geestelijke gezondheidszorg  voor kinderen en jongeren met talrijke problemen, en er bestaat geen duidelijke visie over de oplossing. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) bracht samen met adviesbureau ShiftN de problematiek in kaart en formuleerde 10 aanbevelingen om de sector te hervormen. Het baseerde zich hiervoor oa. op de input van 66 verschillende betrokkenen uit de sector. Kinderpsychiaters en psychologen, huisartsen en kinderartsen, maar ook mensen uit het onderwijs, de welzijnssector en bijzondere jeugdzorg, de gehandicaptensector en vertegenwoordigers van patiëntenverenigingen gingen meerdere keren samen rond de tafel zitten, met professionele methodologische ondersteuning. Een primeur voor de sector, en een initiatief dat nu best  vertaald wordt naar concrete acties.

Helft van mentale problemen begint vóór 14 jaar

Volgens de WGO (Wereld Gezondheidsorganisatie) kampt ongeveer 1 op 5 westerse kinderen en jongeren met psychische problemen. Ongeveer 1 op 20 zou een klinische behandeling nodig hebben. De helft van de mentale problemen bij volwassenen begint vóór de leeftijd van 14 jaar. Het is dus belangrijk dat een kind of jongere met mentale problemen tijdig wordt geholpen.

Grote versnippering kern van het probleem

Net zoals in de meeste westerse landen worstelt de Belgische geestelijke gezondheidszorg (GGZ) voor minderjarigen met talrijke problemen, en er bestaat geen duidelijke visie over de oplossing. De wachtlijsten zijn lang en de vraag neemt steeds toe.  Doordat er zoveel mensen en diensten bij het probleem betrokken zijn, is de sector erg versnipperd. Een aantal mislukte hervormings-initiatieven hebben tot een zeker wantrouwen geleid. Het KCE werd gevraagd om de problemen in kaart te brengen en voorstellen te doen voor de hervorming van het systeem.

Methodisch beluisteren van stakeholders: een primeur

De onderzoekers brachten 66 verschillende stakeholders meerdere malen samen. De deelnemers kwamen niet alleen uit de sector van de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg, maar ookuit het onderwijs, de welzijnssector en bijzondere jeugdzorg, de gehandicaptensector en de patiëntenverenigingen  In workshops en ronde tafelgesprekken, werd hun input volgens een welbepaalde methode verwerkt. Dat was een primeur voor deze sector.

Dr. Eric Schoentjes,  afdelingshoofd van de afdeling kinder-en jeugdpsychiatrie van het UZ Gent,  was een van de deelnemers.

“Het project heeft gezorgd voor nieuwe inzichten, vooral door de stapsgewijze  aanpak. Belangrijk waren de diversiteit van  de deelnemers, hun professionele ervaring en het feit dat  ze verder keken dan hun eigen belangen of vooroordelen, omdat het project geen onmiddellijke gevolgen voor henzelf of hun organisatie had.”

De input van de deelnemers werd aangevuld met de bestaande wetenschappelijke literatuur. Zo kwamen de onderzoekers uiteindelijk tot 10 grote beleidsaanbevelingen voor de hervorming van het GGZ-systeem voor kinderen en jongeren.

Bijkomende crisisopvang en correcte doorverwijzing het meest dringend

Vooral bijkomende crisisopvang is zeer dringend. Er zou best één centraal contactpunt bestaan dat continu bereikbaar is, en dat geen enkel kind of jongere weigert. Voor de dringende interventies zouden mobiele, multidisciplinaire teams op regionaal niveau kunnen worden opgericht, die met elkaar in contact staan en die het kind helpen in de eigen leefomgeving. Verder zouden een aantal plaatsen in dagcentra of ziekenhuizen moeten worden gereserveerd voor crisisopnames.

Daarnaast is er weinig coherentie bij het doorverwijzen naar de gespecialiseerde diensten. De indruk bestaat dat een jongere, die nu de juiste hulp krijgt, vooral geluk heeft gehad, terwijl een correcte doorverwijzing evident zou moeten zijn. Degenen die het eerst worden geconfronteerd met de mentale problemen van een jongere, zoals de school, de jeugdzorg, de politie, enz. krijgen best een basisopleiding, om psychische problemen bij jongeren te herkennen en beter hun weg te vinden in de complexe sector van de GGZ. De opleiding van de huisartsen moet ook meer aandacht besteden aan kinderpsychiatrie.

Preventie vermindert  mentale problemen op lange termijn

De stakeholders waren ervan overtuigd dat preventie, opsporing en vroege interventie het aantal gezondheidsproblemen op latere leeftijd vermindert. Huisartsen, organisaties zoals Kind & Gezin en het CLB/PMS kunnen hierbij een grote rol spelen, als hierbij hun bekwaamheden worden versterkt.

Claire Kagan, directrice van het Franstalige PMS van Woluwe, en deelnemer:

« Wij moeten meer aan preventie doen, zonder hierbij stigmatiserend te werk te gaan. Op die manier kunnen we de jongere helpen bij het vinden van de juiste zorg in zijn onmiddellijke omgeving. »

Jongeren met ernstige, meervoudige mentale problemen: de ‘vergeten groep’

Er zijn ook jongeren met ernstige, meervoudige mentale problemen,die zware gedragsstoornissen en  soms zelfs gewelddadig gedrag vertonen.  Sommigen van hen zoeken geen behandeling of mijden dit zelfs. De stakeholders  noemden hen ‘de vergeten groep’. Als ze uiteindelijk in zorginstellingen terechtkomen, schuiven deze vaak ‘de zwartepiet’ door, en verhuist de jongere van instelling naar instelling. Voor deze groep kan gepersonaliseerde, mobiele en multidisciplinaire zorg in de eigen leefomgeving een oplossing zijn. Er bestaan wel al een aantal plaatselijke initiatieven, maar deze blijven te kleinschalig. Samenwerkingsverbanden en dienstverlening voor deze jongeren moeten op grotere schaal worden uitgewerkt, met de juiste omkadering én middelen.

Wat is er mogelijk in deze tijd van budgettaire beperkingen?

De Interministeriële Conferentie Volksgezondheid kan een initiatief nemen om een aantal aanbevelingen van het KCE- rapport te laten vertalen naar een concreet actieplan. Innovaties vanuit de basis en een aanpak gebaseerd op wetenschappelijk bewijs moeten worden gestimuleerd en beloond. Verder is het belangrijk dat de spelers in de sector met elkaar blijven praten en samenwerkingsverbanden uitbouwen.

Dr. Eric Schoentjes:

“Wij beseffen nu nog meer dat een goede samenwerking en overleg met de andere actoren in onze regio zeer belangrijk is, om het hulpaanbod beter tot bij de kinderen en hun gezin te brengen.”

De hervorming van het complexe GGZ-systeem zal alleszins veel tijd vragen.

GERELATEERD LINKS
Contactpersoon
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 274 115
JAARVERSLAG