Een nationale richtlijn voor de behandeling van slokdarm- en maagkanker

  • 21 maart 2008

Het College voor Oncologie, de FOD Volksgezondheid en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg KCE) stelden opnieuw samen een nationale richtlijn op, ditmaal voor de behandeling van slokdarm- en maagkanker.

Jaarlijks sterven in België ongeveer 1500 mensen aan slokdarm- of maagkanker. Slechts 1 op 10 mensen bij wie slokdarmkanker wordt vastgesteld zal na 5 jaar nog in leven zijn. Slokdarmkanker is daarmee één van de meest agressieve kankers. Chirurgie biedt zowat de enige kans op genezing en een langere overleving. Een groot deel van de patiënten valt echter terug op een palliatieve behandeling.

Praktijkrichtlijnen verzamelen en vatten de alsmaar toenemende hoeveelheid informatie samen over hoe een arts het best handelt in bepaalde situaties. Ze zijn bedoeld als een instrument om de zorgverlener en de patiënt te helpen in het nemen van beslissingen, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan hun autonomie. Het College voor Oncologie deed voor de ontwikkeling van de praktijkrichtlijn ‘Slokdarm- en maagkanker’ opnieuw beroep op het KCE voor de wetenschappelijke ondersteuning. Een grote groep experts werkte hieraan mee en waakte over de inhoud.

De richtlijn behandelt de belangrijkste fases in de aanpak van slokdarm- en maagkanker, gaande van diagnose tot behandeling en opvolging. De diagnose van slokdarm- en maagkanker is gebaseerd op een combinatie van lichamelijk onderzoek, endoscopie (waarbij een flexibele slang in het orgaan wordt ingebracht) en weefselonderzoek. Vooral in geval van aanhoudend braken, gewichts – en bloedverlies, verminderde eetlust of problemen met slikken is een endoscopie aangewezen. Voor de behandeling van de kanker staat chirurgie – indien mogelijk – centraal. De belangrijkste opties voor palliatieve behandeling worden eveneens in de richtlijn besproken. Palliatieve patiënten moeten verzorgd worden door een gespecialiseerd team dat aandacht heeft voor symptoomcontrole (pijnbestrijding, behandeling van slikproblemen,…), voeding en levenskwaliteit. De huisarts heeft een belangrijke coördinerende rol bij de organisatie van de palliatieve thuiszorg. Een multidisciplinaire benadering in elk stadium van de ziekte, waarbij oncoloog, chirurg, radiotherapeut, radioloog, patholoog, gastro-enteroloog (maag- en darmspecialist) en huisarts samenwerken, is van cruciaal belang.

Tot slot wordt in de richtlijn ook een voorzet gegeven voor het meten van de zorgkwaliteit. Dit zal immers een belangrijke manier zijn om te waken over de toepassing van de richtlijn.

De richtlijn kan worden geraadpleegd op de website van het KCE (www.kce.fgov.be) en van het College voor Oncologie (www.college-oncologie-richtlijnen.be).

GERELATEERD LINKS
Contactpersoon
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 27 41 15
JAARVERSLAG