De slaaptest om wiegendood te voorkomen: een maat voor niets

  • 22 december 2006

Als het Kindje Jezus vandaag in België zou geboren worden, is er meer dan 1 kans op 7 dat hij binnen het jaar een polysomnografie (PSG) of slaaptest zal ondergaan, hoogstwaarschijnlijk met de bedoeling om de gevreesde wiegendood te voorkomen.
In dat geval heeft het geen enkele zin om die test bij hem uit te voeren, net zomin als bij vele andere kinderen. Elk jaar kosten slaaptest en de thuismonitoring die er eventueel op volgt meer dan 14 miljoen euro aan de sociale zekerheid. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht het nut en het gebruik ervan.

De slaaptest controleert de ademhaling, het hartritme en de neurologische activiteit tijdens de slaap en is het meest bekend als manier om het risico op wiegendood vast te stellen. Als de test afwijkend is, zal het kind door middel van thuismonitoring verder gevolgd worden. Een recente studie van het KCE heeft aangetoond dat de slaaptest en ook thuismonitoring geen garantie kunnen bieden op het voorkomen van wiegendood. Meer nog, vaak zullen ouders onnodig verontrust worden

Het ingeburgerde gebruik van de benaming “wiegendoodtest” is dus misleidend. Kind en Gezin, het ONE (l’Office de la Naissance et de l’Enfance) en vertegenwoordigers van kinderartsen raden de test trouwens niet aan als preventiemaatregel tegen wiegendood.

Toch zijn er ouders die aandringen op een slaaptest, ook al is er geen enkele reden om bezorgd te zijn. Om hen gerust te stellen, schrijft een aantal artsen de test onnodig voor. Ongeruste ouders dienen erop gewezen dat wiegendood niet meer dan 9 op 10.000 kinderen treft en dat de test sowieso wiegendood niet kan voorspellen. Ze dienen te weten dat enkele eenvoudige maatregelen bestaan waarvan wel bewezen is dat ze het risico op wiegendood verminderen: het kind steeds op de rug leggen om te slapen, niet roken tijdens en na de zwangerschap en zorgen voor een gezonde slaapomgeving (niet te warme kamer, veilig beddengoed). Dit kan kinderlevens redden, in tegenstelling tot een ongepast gebruik van de slaaptest.

Bij bepaalde baby’s heeft de slaaptest waarschijnlijk wel nut: bij sommige prematuren, bij sommige kinderen met een laag geboortegewicht of met specifieke medische aandoeningen of met een vermoeden van levensbedreigende gebeurtenis (stokkende ademhaling, verandering van huidskleur, enz.) kunnen de slaaptest en een monitor om andere redenen dan de preventie van wiegendood wel aangewezen zijn.

Het rapport van het KCE besluit dat de polysomnografie niet moet worden beschouwd als een wondermiddel tegen wiegendood. Om een juist gebruik van de test  –en dus niet als preventie voor wiegendood- te garanderen, zou alleen een erkende, hiervoor opgeleide specialist de test mogen voorschrijven. De test moet bovendien worden uitgevoerd in een gespecialiseerd, goedgekeurd centrum om een goede kwaliteit te verzekeren.

GERELATEERD LINKS
Contactpersoon
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 274 115
JAARVERSLAG