Centra voor kinderen met leer-, taal- en gedragsstoornissen: meer wetenschappelijke studies nodig

  • 7 januari 2009

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht enkele belangrijke aspecten van de werking van de NOK/PSY revalidatiecentra. De studie werd uitgevoerd in samenwerking met de universiteiten van Gent en Antwerpen en de Federatie van Centra voor Ambulante Revalidatie, die de voornaamste gegevens aanreikten. De NOK/PSY centra staan in voor de ambulante diagnose en behandeling van kinderen met oa. mentale handicaps, spraak- en taalstoornissen, aandachts- en concentratiestoornissen (AD(H)D) en autismespectrum- en leerstoornissen (bvb dyslexie). Er bestaat momenteel onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid van de beschikbare behandelingen, noch over de setting waarin deze het best worden gegeven (bv. multidisciplinair zoals in de centra of monodiscplinair zoals door bepaalde therapeuten). Er zijn ook te weinig gegevens over de behaalde behandelingsresultaten beschikbaar.

In België bestaan er 45 centra voor NOK (“neus-oor-keel”, bvb spraak- en taalstoornissen) en 49 centra voor PSY (psychische) revalidatie. Elk jaar worden er ongeveer 10.000 personen multidisciplinair behandeld, meestal kinderen. Bij 90 % van die kinderen wordt naast een hoofdstoornis minstens ook één bijkomende stoornis vastgesteld (bvb ADHD gepaard met dyslexie). Doorgaans worden de kinderen naar de centra doorverwezen door scholen, het CLB, huisartsen of specialisten. Sommigen komen er terecht op initiatief van hun ouders.

In 2007 betaalde het RIZIV 80 miljoen euro voor ambulante revalidatie, wat 20% van het jaarlijkse revalidatiebudget van het RIZIV uitmaakt. Hierdoor zijn ze één van de belangrijkste groepen binnen de revalidatiesector. De terugbetaling door de ziekteverzekering bedraagt meer dan 90% van de reële kosten. Behalve deze centra bestaan er nog andere zorgverleners voor deze kinderen, zoals taakleerkrachten op school of logopedisten, die een monodisciplinaire behandeling aanbieden.

Volgens het KCE zijn er momenteel in de wetenschappelijke literatuur geen degelijke studies die de meerwaarde van mono- of multidisciplinaire behandeling ten opzichte van elkaar onderzoeken. Ook werd nog niet onderzocht hoe lang en hoe intensief de behandeling moet zijn. Voor kinderen met ADHD zijn er wel duidelijke bewijzen dat het trainen van de ouders en eventueel de leerkracht in gedragsaanpak effect heeft, terwijl de ADHD-kenmerken niet verbeteren door het kind individueel te begeleiden. Voor kinderen met autismespectrumstoornissen is begeleiding van zowel het kind als zijn ouders aangewezen. Het KCE raadt aan om de financiering van de centra afhankelijk te maken van een deelname aan degelijke wetenschappelijke studies, te beginnen met de doelgroepen spraak-, taal-, en leerstoornissen.

De NOK/PSY centra zijn geografisch ongelijk verdeeld: in West- en Oost -Vlaanderen zijn er de meeste, respectievelijk 12 en 24. In Waals-Brabant en Luxemburg zijn er geen. Men heeft geen zicht op de zorgverlening die de kinderen in die laatste regio’s krijgen. Het KCE pleit er daarom voor om dit nader te bestuderen.

De diagnose van ADHD of leerstoornis wordt meer gegeven in Vlaanderen dan in Wallonië, terwijl in het zuiden van het land vaker mentale achterstand wordt gediagnosticeerd. De reden voor dit verschil werd niet onderzocht. Een mogelijke hypothese is dat er een verschil bestaat in de mate waarin patiënten opgevangen worden in andere diensten dan de NOK/PSY centra. Een tweede mogelijke uitleg is dat er verschillen zijn tussen de medische en psychologische opleidingen van beide landsgedeelten.

Over de resultaten van de behandeling in de centra zijn er geen globale cijfers beschikbaar. Het KCE stelt voor om in alle NOK/PSY centra dezelfde criteria en testen te gebruiken voor het stellen van de diagnose en het meten van de resultaten. De terugbetalingen zouden ook moeten worden gekoppeld aan een gestandaardiseerde registratie van een aantal gegevens, waaronder de interventies die gelijktijdig lopen buiten het centrum (bvb op school). Hierdoor zou de zorgverlening van de betrokken kinderen beter kunnen worden bestudeerd en georganiseerd. 

GERELATEERD LINKS
Contactpersoon
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 274 115
JAARVERSLAG