Aanbevelingen voor de behandeling van borstkanker en teelbalkanker

  • 9 november 2010

Het College voor Oncologie en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) maakten samen met een werkgroep van experten een update van de richtlijnen voor de diagnose en behandeling van borst –en teelbalkanker. Elk jaar neemt het aantal nieuwe gevallen van borstkanker toe, vooral bij de vrouwen tussen 50 en 69 jaar. Wel neemt in deze leeftijdsgroep de sterfte sinds meer dan 10 jaar voortdurend af. Dit is vooral te danken aan voortijdige screenings en diagnoses én aan meer doeltreffende behandelingen.

Het is vandaag voor zorgverleners onmogelijk om tijdig op de hoogte te blijven van alle medische ontwikkelingen. Om ze te helpen bij de keuze tussen de verschillende diagnose- en behandelmogelijkheden worden klinische praktijkrichtlijnen opgesteld door specialisten uit verschillende medische disciplines, betrokken bij de behandeling van de aandoening. Zij baseren zich voor dit werk o.m. op de meest recente internationale wetenschappelijke literatuur.

Nieuwe wetenschappelijke gegevens maken update van de aanbevelingen nodig
In 2006 en 2007 ontwikkelden het College voor Oncologie en het KCE samen aanbevelingen voor de opsporing en de behandeling van teelbal- en borstkanker. Ondertussen zijn de medische praktijk en de wetenschappelijke gegevens, vooral voor borstkanker, snel geëvolueerd. Een update van de richtlijnen was dus nodig, zodat de kankerpatiënten steeds geholpen worden met de nieuwste en meest doeltreffende technieken.

Uiteraard mogen deze richtlijnen geen dode letter blijven. Het College voor Oncologie zal instaan voor de verspreiding op het terrein. In een volgend rapport worden samen met het Kankerregister kwaliteitsindicatoren ontwikkeld. Daarmee zal men kunnen meten of de aanbevelingen ook echt op het terrein worden opgevolgd en of ze wel degelijk bijdragen tot een verbetering van de zorg, wat toch het doel is van al deze inspanningen.

Borstkanker: snelle medische evolutie
Borstkanker is nog altijd de meest voorkomende kanker bij vrouwen. Ongeveer één vrouw op de negen wordt er vroeg of laat mee geconfronteerd. Jaarlijks zijn er naar schatting 9500 nieuwe gevallen en meer dan 1 op 5 van de sterfgevallen door kanker bij vrouwen wordt veroorzaakt door borstkanker. Toch neemt sinds meer dan 10 jaar het aantal overlijdens door borstkanker bij vrouwen tussen 50 en 69 jaar steeds meer af . Dit is vooral te danken aan voortijdige screenings en diagnoses én aan meer doeltreffende behandelingen.

De richtlijn behandelt een uitgebreid aantal punten, vanaf de diagnose tot de opvolging, en heeft betrekking op de verschillende stadia van borstkanker.

Nagaan of borstkankercellen hormoonreceptoren bezitten, blijkt zeer belangrijk voor het inschatten van de levensverwachting en voor het opvolgen van een behandeling met hormonen. Verder zouden radio-en/of chemotherapie binnen de 8 weken na de diagnose moeten worden opgestart. De richtlijn bevat ook aanbevelingen om invasieve ingrepen zo veel mogelijk te vermijden. Als de overlevingskansen dezelfde zijn, kiest men beter voor een borstsparende ingreep dan de borst te verwijderen. Na een borstverwijdering zou een borstreconstructie zo snel mogelijk moeten plaatsvinden, als de patiënte dit wenst.

Omdat er zo veel wetenschappelijk onderzoek naar borstkanker wordt gedaan beveelt het KCE aan om een werkgroep op te richten die elk half jaar een update van de richtlijn zal maken.

Teelbalkanker: goede overlevingskansen
Teelbalkanker is een zeldzame kanker die vooral jonge mannen treft. In 2006 werd de diagnose bij slechts 269 mannen vastgesteld. Desondanks is het de meest frequente kanker bij mannen tussen 15 en 44 jaar. Bij de meerderheid wordt de kanker in een beginstadium ontdekt en de vooruitzichten op genezing zijn meestal zeer goed, met Lance Armstrong als levend bewijs. Van alle mannen die een diagnose van teelbalkanker krijgen, zijn er ongeveer 95% na 5 jaar nog steeds in leven.

De richtlijn omvat alle belangrijke fases in de aanpak van teelbalkanker, van diagnose naar behandeling tot uiteindelijk opvolging. Wanneer het vermoeden van kwaadaardigheid groot is, gaat men bijna steeds over tot de verwijdering van de aangetaste teelbal. Hoewel in sommige gevallen enkel een strikte opvolging nadien volstaat, zullen vele patiënten nog nabehandeld worden met radiotherapie of chemotherapie. In deze gevallen moet voor het opstarten van de behandeling de bewaring van sperma overwogen worden.
 

Contactpersoon
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 274 115
JAARVERSLAG