“All-in”: naast populaire vakantieformule ook interessante aanpak voor financiering ziekenhuizen

  • 25 januari 2010

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) bekeek samen met onderzoekers van UZ Leuven de haalbaarheid en eventuele impact van een “all-in” systeem voor ziekenhuisfinanciering in België. Bij all-in financiering ontvangen de ziekenhuizen een forfaitair bedrag op basis van het aantal en de aard van de behandelde aandoeningen. Een aantal buurlanden past dit systeem reeds toe om de ziekenhuizen financieel te responsabiliseren en om hun efficiëntie te vergroten. All-in is haalbaar in België en te verkiezen boven de huidige versnipperde en complexe hervormingen. Het KCE pleit wel voor een voorafgaandelijke consensus tussen alle betrokkenen, om pas daarna over te gaan tot een geleidelijke, gefaseerde invoering van het systeem.

In de meeste van onze buurlanden krijgen de ziekenhuizen van de overheid een “all-inclusive” financiering. Ze ontvangen een forfaitair bedrag op basis van hun “case-mix”, zijnde het aantal en de aard van de behandelde aandoeningen, onafhankelijk van hun reële kosten. Het belangrijkste doel is kostenbeheersing en een hogere efficiëntie. In sommige landen wil men ook de wachttijden doen afnemen en bepaalde ziekenhuisactiviteiten, zoals dagheelkunde, stimuleren.

In de loop van de voorbije 20 jaar werden in België wel geleidelijk aan elementen van zo’n case-mix systeem ingevoerd, maar de aanpak blijft fragmentarisch en weinig transparant. Een belangrijk deel van de ziekenhuismiddelen hangt nog steeds af van het aantal verrichte prestaties. Bijvoorbeeld voor de consultaties en medisch-technische diensten, zoals radiologie, betaalt het RIZIV per geleverde prestatie een bepaald bedrag aan de arts. De artsen staan een deel van die honoraria af aan het ziekenhuis, als bijdrage tot de kosten. Deze door het RIZIV betaalde bedragen stemmen niet altijd overeen met de reële kosten. Bovendien werkt dit systeem overbodige onderzoeken en behandelingen in de hand.

All-in financiering zou een alternatief kunnen zijn voor het huidige complexe en ondoorzichtige systeem. De onderzoekers gingen na wat de haalbaarheid en de eventuele impact van dergelijk financiering in België zou zijn.

Impact op relatie tussen ziekenhuizen en hun artsen

Een belangrijk gevolg van een all-in financiering zou zijn dat de ziekenhuisartsen niet meer eerst zouden worden betaald om vervolgens een deel van hun honorarium aan de ziekenhuizen af te staan, maar dat het de ziekenhuizen zouden zijn die een forfaitair bedrag ontvangen om de artsen mee te betalen. Het spreekt voor zich dat dit de relatie artsen-ziekenhuis ingrijpend zou veranderen. Het KCE raadt daarom aan om eerst een consensus te zoeken over een nieuw samenwerkingsmodel binnen het ziekenhuis, waarin alle betrokken partijen hun stem kunnen laten horen. In een dergelijke nieuwe constellatie zouden de artsen zelfs een proactievere rol kunnen spelen dan in het huidige model, waar de rol van de Medische Raad zich vaak beperkt tot het verdedigen van de inkomsten van de ziekenhuisartsen.

Impact op ziekenhuissector

Bij all-in financiering ontvangen ziekenhuizen met dezelfde soort patiënten ook hetzelfde budget. De invoering van dit systeem zou in België belangrijke budgetverschuivingen tussen de ziekenhuizen kunnen veroorzaken. Vooral ziekenhuizen die vandaag veel diensten leveren waarvoor de vergoeding hoger ligt dan de reële kosten zouden inkomsten verliezen. Om te grote budgetverschuivingen te vermijden raadt het KCE een geleidelijke overgang aan, zoals in de andere landen ook gebeurde, zodat de ziekenhuisbudgetten in een eerste fase een minimale impact ondervinden.

Dus...

Het KCE pleit voor het verder volgen van de denkpiste van all-in financiering , in plaats van door te gaan met fragmentarische hervormingen. De implementatie van het nieuwe systeem zal een ommekeer veroorzaken op gebied van ziekenhuisbudget, cultuur en management. Daarom zijn de hierboven omschreven voorzorgsmaatregelen op gebied van de verhouding tussen ziekenhuismanagement en artsen en op gebied van gefaseerde invoering absoluut noodzakelijk.

Daarnaast zijn er gedetailleerde kostengegevens nodig. De huidige gegevens geven de Belgische overheid alleen zicht op de globale kosten per ziekenhuisdienst, maar niet op de kosten per patiënt. Er is dus behoefte aan een verplichte nationale registratie van deze kosten. Ook de kwaliteitscontrole op de registratie van de aandoeningen zou beter moeten.

Deze hervorming zal vele aanpassingen vragen, maar kan ook een unieke opportuniteit bieden aan overheid, ziekenhuismanagers, mutualiteiten en zorgverleners om samen na te denken over nieuwe samenwerkingsvormen binnen de ziekenhuiswereld.

GERELATEERD LINKS
Contactpersoon
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 27 41 15
JAARVERSLAG