NOACs? graag wat meer nuance!

CP279

Al sinds een aantal jaren worden de nieuwe orale anticoagulantia (NOAC) voor de preventie van ischemische beroerte bij patiënten met voorkamerfibrillatie voluit gepromoot. Hun gebruik is handiger dan dat van de vitamine K-antagonisten (VKA), omdat er geen maandelijkse controles van het bloed meer nodig zijn. Er wordt ook beweerd dat ze werkzamer zijn, maar dit verschil bedraagt niet meer dan een aantal tienden van een procent, op voorwaarde dan nog dat ze correct worden gebruikt (d.w.z. zoals in de klinische studies).

Bekijk de video met een gedetailleerde uitleg van Dr Hans Van Brabandt, cardioloog bij het KCE

En daar wringt nu net het schoentje. Uit onze studie blijkt dat een belangrijk deel (43%) van de Belgische patiënten een lagere dosis NOAC voorgeschreven krijgt, en daarvan weten we niet of ze even doeltreffend is als de VKA’s. Bovendien kan de arts, bij gebrek aan routine bloedcontroles, niet nagaan of zijn patiënt een effectieve antistolling krijgt. Het is dus mogelijk dat veel patiënten met NOACs minder goed beschermd zijn, dan wanneer ze VKA’s zouden nemen.

Bovendien kennen we de langetermijn effecten van de NOACs nog niet, terwijl ze in theorie toch gedurende 10 à 20 jaar, of zelfs langer worden voorgeschreven.

Verder heeft het KCE ook zijn bedenkingen bij de enorme invloed van de industrie bij het opstellen van sommige richtlijnen en de daarmee gepaard gaande belangenconflicten. Een voorbeeld hiervan is de aanpassing van de drempel vanaf welke een behandeling wordt aanbevolen: de richtlijnen blijven zeer vaag over de patiënten met een CHA2DS2-VASc risicoscore van 1 (mannen) of 2 (vrouwen). Uit een grondige analyse van de cijfers blijkt nochtans dat bij deze patiënten het risico op CVA, dat men wil voorkomen, quasi even groot is als het risico op een bloeding veroorzaakt door de behandeling (met VKA’s of NOACs). Is het dan wel verantwoord om deze patiënten bloot te stellen aan een risico op hersenbloeding, terwijl het risico op een beroerte eerder laag is?

Het rapport in enkele cijfers

De kans op een beroerte met NOACs ligt jaarlijks 0,2 tot 0,3% lager dan met VKA’s.
Als we de optelsom maken van het aantal CVA’s die door een behandeling werden voorkomen en het aantal bloedingen die erdoor werden veroorzaakt, zijn er met de NOACs  - afhankelijk van de molecule en de dosis –tussen 0,1 % meer en 0,6% minder incidenten per jaar dan met de VKA’s. Dit zijn wel "optimistische" cijfers, verkregen onder de strikte omstandigheden van klinische studies.
In het echte leven, en in tegenstelling tot wat men zou verwachten, is de therapietrouw met NOACs niet beter dan met VKA’s : tussen de twee klassen van geneesmiddelen was het aantal keren dat de behandeling werd onderbroken vergelijkbaar (20-30%).

Ten slotte is er de kostprijs: de NOACs kosten onze ziekteverzekering jaarlijks ongeveer 100 miljoen€ extra. Men kan zich afvragen of dit, gelet op het voorgaande, wel een goede besteding van de middelen is.

Lees de synthese van het rapport in het Nederlands (KCE Reports 279As)

CONTACTPERSOON
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 274 115
JAARVERSLAG
Published on: 
26-07-2017