Nieuwe richtlijn voor de opvolging van een zwangerschap

De nieuwe richtlijn voor de opvolging van een zwangerschap is zeer sober. Maar pleit ze echt voor minder medische interventies?

Met onze richtlijn wilden we eigenlijk ingaan tegen het algemene idee “hoe meer we doen, hoe beter”, wat toch zeker bij een zwangerschap ongepast is. We willen de zwangerschap niet “demedicaliseren”, maar juist strijden tegen de tendens van het teveel medicaliseren. Vooral bij screenings is het belangrijk om de voor- en nadelen van elk onderzoek te overwegen en om alleen deze voor te stellen waarvan men zeker is dat ze gunstig zijn voor de toekomstige moeder en/of haar baby. Dit is lang niet altijd het geval: we mogen de mogelijke schadelijke gevolgen van de meeste onderzoeken niet onderschatten.

Bovendien laten wij de vrouw de volledige vrijheid om goed geïnformeerd en  in overleg met haar arts en partner, een keuze te maken.

Luister naar een interview met Dr Leen Verleye (Gynaecoloog – KCE) over de voor- en nadelen van de screening op vroeggeboorte door het meten van de lengte van de baarmoederhals lengte

 

 

Soms vindt men dat de richtlijnen van het KCE (en van anderen) te ver afstaan van de realiteit van het terrein…

Ik denk eigenlijk dat het juist het tegenovergestelde is. De essentie van een richtlijn is net het vinden van het juiste evenwicht tussen de wetenschappelijke gegevens en de realiteit van het terrein. Al onze studies (dus niet enkel de richtlijnen) zijn op deze gemengde aanpak gebaseerd: wij beginnen altijd met het definiëren en afbakenen van de onderzoeksvraag met vertegenwoordigers van de betrokken beroepen. Vervolgens analyseren wij de wetenschappelijke literatuur om na te gaan wat internationaal erkend wordt en om onze werkbasis te bepalen. Daarna keren wij met deze gegevens terug naar het terrein en werken wij samen oplossingen uit, eventueel met gebruik van participatieve methodes. Meestal  worden onze aanbevelingen dan nog besproken met en becommentarieerd door zogenaamde “stakeholders”, een groep van belanghebbenden met soms heel uiteenlopende meningen. Door deze aanpak proberen we dus steeds oplossingen te vinden die wetenschappelijke gefunderd zijn ,maar die ook aangepast zijn aan onze lokale Belgische realiteit. 

U bent huisarts. Heeft dit een impact op uw manier van werken?

Misschien heb ik daardoor een meer globale visie op de problemen die ik moet onderzoeken? Het feit dat ik niet ‘gespecialiseerd’ ben in een bepaald domein staat mij toe de verschillende studieonderwerpen op gelijke voet te benaderen. Ik geloof ook dat het mij zeer pragmatisch maakt, omdat ik de realiteit van de patiënt ken, ik weet waarom zij hun behandeling soms niet volgen, enz. Doordat ik geconfronteerd ben geweest met alle dagelijkse uitdagingen van een huisarts maakt dit mij ook meer realistisch op vlak van de verwachtingen die we van hen hebben. Ik hoop dus dat mijn onderzoeksprojecten “op één lijn zitten met het terrein”!

Bekijk het interview met Dr. Pascale Jonckheer over de nieuwe richtlijn voor de opvolging van een laag-risico zwangerschap.

 

CONTACTPERSOON
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 274 115
JAARVERSLAG
Published on: 
08-02-2019