Licht schedeltrauma : zonder CT-scan?

CP261KCE REPORT 261 - De rol van biomerkers bij het uitsluiten van hersenletsels bij mild schedeltrauma

In België zijn er jaarlijks ongeveer 26 000 schedeltrauma’s. De meerderheid zijn lichte hersenschuddingen (mild cranial trauma- mCT), met een laag risico op ernstige complicaties (ongeveer 5 %). Dit risico ligt nog lager als er geen alarmerende klinische signalen zijn.

Toch wordt er vaak een CT-scan genomen, om hersenletsel uit te sluiten, want dit kan ernstige gevolgen hebben. Deze scan is echter duur en hij stelt de patiënt bloot aan een aanzienlijke straling. Als de spoedartsen een hersenletsel konden uitsluiten met behulp van een betrouwbare test, zouden enkel bij de meest onzekere gevallen een scan nodig zijn.

Een bloedtest die de S100B proteïne opspoort lijkt hier interessant: de proteïne bevindt zich normaal enkel in bepaalde zenuwweefsels van de hersenen. Bij een hersenletsel wordt ze ook vrijgegeven in het bloed. Als de test na een schedeltrauma geen verhoging van het proteïnegehalte vaststelt, duidt dit erop dat er geen hersenletsel is. Maar is deze biomerker voldoende betrouwbaar om geen CT-scan meer te hoeven maken?

CONCLUSIE

Het KCE onderzocht alle gepubliceerde wetenschappelijke studies over de S100B proteïnetest. Hij blijkt inderdaad een waardevolle tool te zijn om met quasi-zekerheid een hersenletsel na licht schedeltrauma uit te sluiten, toch bij volwassenen. Patiënten met een negatieve test (dus zonder proteïne S100B in het bloed) kunnen dan gerustgesteld naar huis terugkeren.

Wat wel kan worden gevreesd, is dat de test systematisch zal worden uitgevoerd bij iedereen die zich op de spoed aandient met een schedeltrauma. In dat geval is hij echter niet interessant, door zijn zwakke specificiteit, wat vele vals positieve resultaten zou opleveren. De test moet daarom worden deel uitmaken van een stapsgewijze aanpak. Deze begint met een gestandaardiseerde klinische evaluatie, gebaseerd op de symptomen van de patiënt, en de omstandigheden van het trauma (bepaalde soorten klappen hebben meer impact dan andere).

Daarmee kan al een hele groep patiënten worden uitgesloten, bij wie verder onderzoek niet nodig is, omdat hun risico zo goed als onbestaande is. Bij de overblijvende patiënten kan vervolgens de S100 B test, af te nemen binnen de 6 uur na het trauma, gebruikt worden om na te gaan of ze al dan niet een CT-scan nodig hebben. Op die manier wordt de CT-scan enkel nog in een laatste fase uitgevoerd. Onder deze voorwaarden zal de test zorgen voor een daling van het aantal scans, zonder bijkomend risico voor de patiënt.

Voor een aantal groepen van patiënten leidt de test tot onvoldoende betrouwbare resultaten, en bij hen wordt deze test dan ook niet aanbevolen. Het gaat om patiënten met meerdere trauma’s of met tekenen van schedelbreuk, kinderen en 65plussers, patiënten die bloedverdunners nemen en patiënten met symptomen die sowieso een actieve opvolging vereisen, wat ook het resultaat van de proteïnetest is. Alleen als deze voorwaarden strikt worden opgevolgd, kan deze test dan in aanmerking komen voor terugbetaling.

METHODOLOGIE

Systematisch literatuuronderzoek om de diagnostische nauwkeurigheid van biomerkers te beoordelen voor hersenletsels bij volwassenen en kinderen met mCT, in vergelijking met CT-scans. De resultaten van alle studies werden vervolgens onderworpen aan een meta-analyse. Review van de economische litteratuur voor onderzoek van de kosten-effectiviteit van de S100B proteïnetest.

Gerelateerde links
CONTACTPERSOON
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 54
+32 (0)475 274 115
JAARVERSLAG
Published on: 
26-03-2020